donderdag 26 februari 2009

¡ Ambato … Alegria para el mundo !

Na een vroege avond en een goede nachtrust was ieder van ons klaargestoomd voor vertrek, op deze zonnige zondagochtend. Ecuadoriaanse carnaval, we hadden allemaal al grote verwachtingen na de talloze verhalen die we de afgelopen weken te luister kregen. Om 9u in de ochtend begon de desfile (parade) in Ambato. We vertrokken dus goed op tijd om onszelf nog van het beste plaatsje te kunnen voorzien. Na een klein uurtje reizen; volgden we de grote stormloop uit de bus, en kregen een gratis begeleiding naar het centrum. Het zoeken naar eten door de ganse massa was best een opgave, en een deel van de groep kon hun honger niet meer controleren bij de vondst van de eerste beste pizzazaak. Een ander deeltje van de groep kon zich nog net beheersen tot aan een lekkere bakker. Uiteraard behoorde ik tot de groep met karakter.

Na ons smakelijk ontbijt stootte we op ons eerste probleem; de politie had besloten de straat af te zetten. De reden is tot op heden nog steeds onbekend, maar het zal een of andere Ecuadoriaanse politie logica zijn geweest. No chance in hell dat ik daar ooit aan uit zal geraken. We besloten ons op te splitsen, om zo meer kans te maken op een fatsoenlijk plekje. Zodra Ross en Lara afgesplitst waren, vonden we een smokkelroute door de massa, naar de straat waar wij wouden zijn. Ondertussen was het dankzij diezelfde massa onmogelijk geworden om onze twee buddy’s terug te vinden, dus vervolgden we – jammer genoeg - onze weg zonder hun. Zo kwamen we op een veel rustiger gedeelte van de route terecht, waar de parade pas een half uur later voorbij zou komen. Dankzij ons favo-Belgisch duo, Dieter & Evelyne, konden we gans het gebeuren “in alle rust” bekijken van op een balkonnetje.

Dieter en Evelyne zitten ook op de KHM, maar doen hun stage als leerkrachten in een schooltje te Ambato. Zij eten elke middag in het restaurant “Chocos”, bekend voor hun overheerlijke choco-bananen. Bananen gedoopt in chocolade, wie durft er nu nog beweren dat Ecuadorianen niet lekker eten?! Op het balkon van dat restaurant hadden we ons VIP-uitzicht. De parade was in enige zin te vergelijken met de optocht die we in België kennen, met verschil dat dit wel de moeite was om gezien te hebben. De klederdracht was zeer uiteenlopend, net zoals de dansjes die ze uitvoerden. Alle wagens in de stoet waren gemaakt uit frutas & flores, maar bijvoorbeeld ook uit brood. Het was dus een zeer kleurrijke bedoeling, en de bijhorende koninginnen met hun slow-motion zwaaitjes zorgden dan weer voor een entertainende (en soms komische) noot.

De pret begon pas echt na de optocht, toen we besloten ons wat tussen de mensen te mengen en carnaval van dichterbij mee te maken. Ter plekke ontdekte ik dat de gekte pas losbreekt na de optocht, de spuitbussen worden bovengehaald en iedereen wordt – in alle vrolijkheid – ondergespoten met schuim dat in verschillende kleuren, geuren en smaken voorkomt. Favoriete doelwitten zijn gringo’s (hun woord voor buitenlanders). Het duurde een genereuze 10 minuten voor ik mezelf ook zo’n spuitbus had aangekocht; een slecht idee als je aanvallers wil ‘afschrikken’. Blijkbaar heeft het een tegenovergesteld effect; het lijkt alsof je de ander uitdaagt om wat extra kleur in je haar en kledij te brengen. Gelukkig werd Dieter gauw mijn medecompagnon, en konden we elkaar “redden”. In theorie dan toch. Dieter ontsnapte 80% van de tijd aan de aanvallen, terwijl ik een laag kreeg die zeker voor 2 gelde. De keren dat hij niet bespaard bleef en ik hem uitbundig stond uit te lachen kreeg ik als onmiddellijke straf een portie schuim in mijn mond. Maar over het algemeen ben ik content, want in mijn verdedigingsacties is het mij nog gelukt Dieter zijn oren en mond vol te vlammen met dat heerlijk spul. Ik kan niet klagen, met een kleine omweg kreeg ik dan toch nog mijn zin.

Buiten onze kleine onderlinge ‘pesterijen’ vormden we best een gevaarte, zo met twee. De eerste auto die het gewaagd heeft onze dag te kleuren, heeft het geweten. Moedig was het wel, maar wijs – dat is iets geheel anders. Op weg naar ons restaurant stond een auto stil en enkele inzittenden voelde zich zelfzeker genoeg om het vuur tegen ons te openen, zonder gezien te hebben dat Dieter en ik óók gewapend waren. Bij een kortstondige twijfel van de tegenstander wierpen we een blik naar elkaar en vuurde in volle vaart terug. Zoals in een echte oorlog, gaven we de vijand geen tijd om zich te recupereren. M.a.w. we gunden ze de tijd niet om hun autoraampje dicht te draaien, en zo ontving het interieur van hun chique bak een nieuw kleurtje. Bij het observeren van de reacties zag ik de oma van de bende, bulderen van het lachen. Dat had ze zeker niet zien aankomen. Schattig dat ze zo naïef zijn, wat hadden ze anders verwacht van rasechte gringo’s?

Vele high-fives en reddingsoperaties later, waren we in het park beland voor een kleine siësta. Ambato, gelegen in het centrum van het land, kent warmere temperaturen. En voor de zoveelste keer deze ‘stageperiode’ ben ik te weten gekomen dat een factor 12 niet volstaat in een ijverig zonnig land zoals Ecuador. In een kringetje op het gras zaten we te genieten van de overvloedige zonnestraaltjes, en ondertussen gezellig te keuvelen over de ditjes en datjes des levens wanneer twee kindjes snoepjes kwamen verkopen. Zoals altijd maakte ik van mijn hart een steen en gunde hen nog niet eens een blik. Broodnodig, of ik zou nog in staat zijn al mijn bezittingen te doneren aan het eerste beste puppydog-kijkend kind dat mijn blik kruist. Maar deze kinderen waren maar niet af te schudden, tot we tot de conclusie kwamen dat ze geen geld maar schuim wouden. Dat konden we hen nu wel gunnen op zo een prachtige en feestelijke dag zoals carnaval. Haar engelachtig smekende ogen waren toch amper te weigeren, dus spoot Dieter haar kleine onschuldige handen vol met blauwigheid. Vol enthousiasme sprong ze recht, grijnsde vol voorbedacht genot, smeerde al het gewonnen goed volop in het gezicht van Katrien en zette het vervolgens op lopen. We waren allemaal stomverbaasd, maar vonden het toch ontzéttend grappig. DAT hadden we gewoon niet zien aankomen, onwetende toeristen dat we zijn.

Het werd wel het begin van een lange strijd. De rest van de namiddag wijdden we aan het onderspuiten van de kleine duiveltjes en hun vrienden. De technieken hadden we gauw onder de knie, en na een korte tijd waren we volledig overgenomen door carnavalgekte. Je kon ons al echte (nep-) Ecuadorianen noemen, van onze blanke huid was immers toch nog amper iets te merken onder ons kleurrijke façade. En wat doen echte Ecuadorianen in carnaval? De weinige aanwezige gringo’s pesten. Het duurde ons dan ook niet lang om de Hollanders te spotten in het park. Onze collaboratie met de niños verliep vlotjes en we kregen ze goed te grazen, die kaasvretende buren van ons. Ik had stiekem gehoopt op een “hartstikke leuk”, maar het enige dat we eraf kregen was een “Was ik niet duidelijk genoeg? Mijn tas…” bla bla bla, en dan verloor ik mijn interesse. Dieter en ik stonden ondertussen alweer onder vuur door die kleine bengels, die meesters waren in omsingelen. Ik kreeg de kans niet tijdig op te merken dat de rest van onze groep spoorloos was, tot ik plots een torenhoge berg schuim op mijn hoofd kreeg. Donatie van Katrien, die net zoals de andere chica’s, een verse bus “espuma de carnaval” (hét carnavalschuim) was gaan kopen. Het werd een soort nationaliteitenoorlog met veel overloperij, maar vooral dolle pret. Met kleuterachtige speelsheid hebben we elkaar door het park gejaagd en het flink bont gemaakt. Carnaval in Ecuador is een écht feest. Dat mogen ze in België ook wel eens introduceren, in plaats van met bakkenoude snoepjes gaten in de hoofden van kinderen te gooien.

‘s Avonds waren we kapot van al dat lopen, duiken, vluchten, ondergaan en verweren. Drie spuitbussen later was ik best hongerig voor mijn avondmaal, en dat gelde net zo goed voor de rest van de crew. We opteerden voor een vettige “hamburger” met namaak frieten, een beetje Europa was wel welkom na de cultuuronderdompeling die dag. Met ons buikje fiks rond gegeten kropen we terug de straten op met onze overblijfselen schuim, en verse moed. De sfeer in de straten was een van pure vrolijkheid en opmerkelijke feestelijkheid. Verscheidene Ecuadorianen kwamen ons lenen voor een fotomoment. Alleszins bijzonder, je staat dan ook niet elke dag met vreemden op de foto. We hebben onze ‘5 minutes of fame’ zeker gehad dit weekend. Overal klonk luide muziek en de mensen waren in overduidelijke feeststemming, die de alcohol sinds 9uur die ochtend zeker en vast bevorderd zal hebben. Sommige mensen waren zichtbaar “onder de indruk” door mijn wijn-uit-een-zakje-drinkkunsten. Hetgeen mij steeds, en altijd, blijft verwonderen is dat Ecuadorianen werkelijk dànsen. Ze zijn nog traditioneel in de zin dat ze altijd een aan een dansen. Geweldig om zien, zeker wanneer je bierzuipende, tooghangende Belgen gewoon bent. Wanneer een Ecuadoriaanse man je ten dans vraagt, gaat het meer om de dans dan het een excuus om je eens goed vast te kunnen pakken. Die ontdekking was mijn eerste echte cultuurshock.

Zonder nog verder uit te breiden, hoop ik dat het duidelijk leesbaar was dat het een ongelooflijk geslaagd weekend was, en jullie zijn allemaal uitgenodigd wanneer ik het voor de miljoenste keer wil overdoen!

Vive las fiestas con alegria !!!! XXX

Geen opmerkingen:

Een reactie posten