dinsdag 3 maart 2009

Quito; hábitat y mitad de mi mundo

Na 3 weekenden Ecuadoriaanse schoonheid geobserveerd te hebben, werd het tijd om onze eigen stad eens fatsoenlijk te verkennen. Een boeiend (en vooral overtuigend) onderdeel was het ochtendje luieren in bed. En dat voor de allereerste keer hier in Quito, zalig! Uiteraard besloot de Ecuadoriaanse weerman –net op dat moment- zijn mooiste weerpakket te voorschijn te toveren. Een echte etter; overvloedig prachtweer met heerlijke warmte, blauwe hemel en een pittig zonnetje. Té goed weer om in je bed te blijven liggen dus. Katrien en ik hebben dan maar de stad rondgedwaald tot onze twee aanvullende Belgische zottigheden, Dieter & Evelyne, arriveerden vanuit Ambato.

Het historisch centrum werd ons eerste doelwit, en al gauw stonden we te wachten op onze trolleybus die ons op avontuurlijke wijze naar daar zou vervoeren. Evelyne en ik hadden onszelf aan een aparte deur gezet, verwijderd van de anderen, zodat we meer kans hadden om op dezelfde trolley te zitten. Een voorzorgmaatregel na onze ‘slechte’ ervaring vorig weekend. Toen werden we opgesplitst, omdat we allen aan dezelfde deur stonden en er al na 3 personen de deur werd dicht gemept. De buschauffeurs hebben hier blijkbaar meer haast dan dat wij slome Belgen gewoon zijn. Elke keer voor het sluiten van de deuren krijg je een korte en welgemeende waarschuwing door de micro “Cuidado! Cerro las puertas!” (Opgelet! Ik sluit de deuren!) En dan gaan ze dicht, zonder een seconde van twijfel noch mededogen. In ieder geval, onze trolley kwam aan en we hadden ons al op arrogante wijze vooraan de rij geplaatst, zo konden we zeker nog op de bus. Niet bepaald verwonderlijk, maar we kwamen iets te laat tot de vaststelling dat de bus al overvol zat en er niemand uitstapte. Nu moesten we ons door het volk heen wringen tot een andere deur. Daar aangekomen zagen we de deuren voor onze neus dichtklappen. Een vluchtige blik om ons heen vertelde wat we stiekem al wisten – ze hadden het ons weer gelapt - we stonden er alleen voor.

De volgende bus haalden Evelyne en ik met gemak – maar het werd mijn taak om ervoor te zorgen dat we op de juiste plaats aankwamen. Al een gevaar op zich, en dat had Evelyne al gauw door. Ze had een iets zelfzekerder antwoord verwacht toen ze me vroeg of ik wist waar we moesten zijn; een “mas o menos” was nu niet echt geruststellend. Maar, met enige trotsheid, wil ik toch melden dat ik ons succesvol op de ‘Plaza Grande’ heb geloodst. Daar hebben we de voornaamste pleinen en kerken bezocht. Mezelf nog maar eens kortstondig laten emotioneren door de ‘World Press Photo’-tentoonstelling, en dan onze weg gemaakt naar El Panecillo, waar La Virgen de Quito zich ontfermt over de stad.

Daar zijn we ondergedoken onder de eerste beste boom die groot genoeg was om ons allen te huizen, want het weer in Quito is even onvoorspelbaar als het humeur van een zwangere vrouw. Dat je in hier in één dag de vier seizoenen kan zien is alleszins niet gelogen. De heerser van het kwaad heeft hier zijn dagelijks plezier met ontelbare afwisselingen tussen regen en zon. Dat zoiets niet voor niets ‘duiveltjes kermis’ wordt genoemd is hier al lang duidelijk, zeker wanneer je voor de miljoenste keer in de regen staat zonder regenjas. Het engeltje op je schouder dat je zachtjes toefluistert om niet te vloeken, heeft zijn strijd dan al lang verloren.

De Virgen van Quito. Ze stonden erbij, en keken ernaar. Het duurde niet lang voordat iemand opmerkte dat het eigenlijk maar een afgrijselijk lelijk monument is. De ontleding van haar onderdelen daarentegen maakte haar al heel wat interessanter. De 12 sterren op haar kroon stonden voor de landen van Europa en het monster onder haar voeten werd een draakachtige verschijning van de duivel. Al gauw moest ons liefste Evelyne toegeven dat de 12 sterren logischer wijze stonden voor de apostelen en niet voor de Europese landen (te midden van Zuid Amerika). Gelukkig maar, want vanaf het moment dat we zo’n monsterlijk lelijke beelden gaan schenken zijn we nog slechter bezig dan ons huidig politiek gestel. (Eerlijk toegegeven volg ik hier absoluut geen nieuws, maar ik kan het me niet voorstellen dat we in ons klein besluitloos landje al enige vorderingen gemaakt hebben). Het beeld was niet om aan te zien, tot zover waren we het eens. Tijd om ons uit de voeten te maken, en onszelf te trakteren op een dretserige chocomelk in een espresso-kopje. Verrukkelijk.

‘s Avonds hebben we de beste discotheken bezocht van Quito, want de beste zijn immers de goedkoopste. $1,5 voor een straffe cocktail, ik ken niet veel mensen die daar nee tegen zeggen. De rest van de avond hebben we gedanst (of in mijn geval, een poging gedaan tot enige vorm van ritmische spasmen) op de nieuwste (en oudste) hits van Daddy Yankee. Met als ultiem feestnummer: “Llamada de emergencia” waarbij alle Ecuadorianen en niet-Ecuadorianen uit hun dak gaan. Dit terwijl wij, als trotse Belgen, ons van onze beste kant laten zien. Het allerlaatste nummer hebben we afgerond met een Polonaise, die zeer goed aansloeg bij meerdere welwillende mannen. “Geniepige mannekes se, die Ecuadorianen”, daar moet ik Valerie stiekem toch gelijk in geven.

Die vaststelling had wel meer te maken met een ontdekking van vorige week, net voor carnaval. Toen ‘betrapten’ we haar bedeesde, en nogal op de achtergrond zijnde leerkracht op de dansvloer. Daar haalde hij vol mannelijke gratie zijn beste salsamoves boven. Een echt feestbeest, onze Paulo, zo blijkt achteraf. Want de volgende dag kwamen we nogmaals zijn getransformeerde zelf tegen in Ambato. Carnaval aan het vieren met een smakelijke mengeling van bier en wijn. Daar ontdekten we ook dat het gebruik van espuma de carnaval eigenlijk verboden is in Ambato. Ons in volle onwetendheid overhalen tot illegale praktijken. Jaja, geen woord van een leugen, het zijn echte geniepigaards.


Zondag zijn we dan maar naar Mitad del Mundo (het midden van de wereld) vertrokken, ongeveer 1 uur verwijderd van Quito. Met heel wat overstappen en geknoei met openbaar vervoer kwamen we daar tegen de middag aan. Dankzij onze reisgidsen, en extra dank aan Carolina, waren we op de hoogte van een valse en correcte evenaarlijn. In het park “El mitad del mundo” bevond zich een grotesk monument met een wereldbol bovenop en een duidelijke rode lijn die de evenaar moest voorstellen. Niet wetende of dit nu de echte of de valse lijn was, besloten we op zoek te gaan naar de andere. Zo kwamen we enkele honderden meters ten oosten in het museum Solar Inti Ñan terecht. Hier kregen we onze persoonlijke gids en een rondleiding rond het openluchtmuseum. Best een boeiende boel, met verhalen over schedelkrimpen, begraven van koningen in foetushouding en andere vreemde indiaanse praktijken. De experimenten waren uiteraard ook een belangrijk onderdeel van het museum. Zij beweerden immers dat de échte evenaar daar lag (en niet bij het gigantisch toeristisch monument een eindje verderop), en dat zouden ze moeten bewijzen.

Eerst en vooral kon je een klok zien, wel klok, het was een steen met een nagel ingeslagen, en door de inval van de zon konden de Idigenas aflezen hoe laat het was. De oorspronkelijke Ecuadoriaanse volkeren zouden in Ecuador terecht gekomen zijn door het volgen van de zon. Door diezelfde techniek zouden ze ook geweten hebben dat de evenaar daar lag.
Een hele tijd later, na de ontdekking van de rondheid van onze wereld, kwamen wetenschappers tot de constatatie dat het middelpunt van de wereld in zee lag. Daarom telden ze er nog 90° bij, en nog eens, tot ze bij de Galapagos eilanden uitkwamen (het eerste stukje land). Mits de Galapagos eilanden territorium zijn van Ecuador, werd Ecuador het middelpunt van de wereld. In 1736 berekende Charles-Marie de la Condamine de ‘exacte’ ligging van de evenaar. Dit zorgde tevens voor de naam van dit prachtig land; Ecuador is immers het Spaanse woord voor evenaar.

Het gevolg van de evenaar is dat circulaties van lucht en water elkaar tegenwerken en uiteindelijk elimineren. Belangrijke experimenten om te bewijzen dat we ons bevonden op de evenaar was het laten weglopen van water op ieder halfrond en op de lijn, het balanceren van een ei op een nagel (dit is immers makkelijker op de evenaar, omwille van de zwaartekracht), tot het verliezen van kilo’s, evenwicht en kracht bij de doorsnee mens. Het bewaren van je evenwicht was weliswaar moeilijker op de evenaarlijn. Hoewel andere verklaringen misschien te zoeken waren in natuurlijke aanleg voor evenwichtsstoornissen en het feit dat je dit met ogen dicht moest presteren, onder de toekijkende blik van vele bezoekers. Het voelde alleszins wel alsof je van kant naar kant gesleurd werd, maar ik moet toegeven dat wij mensen eigenlijk gewoon nogal naïef van aard zijn. Hoeveel jaren hebben we immers niet gestaan op een dikke rode lijn, die in onze verbeelding de evenaar moest voorstellen? En dit terwijl, de echte evenaar enkele honderden meters verderop in zichzelf zelfvoldaan zat te gniffelen, zijn geheim was immers mooi bewaard. Wel, tot op heden, denken we maar.

Zoals een echte toerist heb ik netjes geposeerd op beide lijnen, gewoon voor de zekerheid. Het museum was alleszins de moeite, en de experimentjes hebben mij een middagje kunnen vermaken. Het landschap rondom het openluchtmuseum kenmerkte zich door een enorme droogte, felle zon en een verzameling van gigantische cactussen. Het deed me een beetje denken aan Texas. Moesten ze mij dan toch gefopt hebben in verband met de ‘echte evenaar’, dan kan ik mezelf nog troosten met het feit dat ik een beetje Texas gezien heb. Ook al was het in Ecuador, niet iedereen kan dat zeggen, of wel soms?!

Besitos, y hasta luego mis flamencos!

XXX

Geen opmerkingen:

Een reactie posten