donderdag 28 mei 2009

Who's your Daddy?

De laatste week in Quito is ingegaan! Aaargh, de klok lijkt wel een tijbom en net zoals de krokodil bij Peter Pan voel ik elke seconde door mijn lijf trillen: “Tik Tak Tik Tak...”

Quito, onze thuisbasis gedurende 4 maanden, laten we binnenkort achter voor nieuwe avonturen. Dit weekend vertrekken we naar het amazonewoud, om daar de stuipen op het lijf gejaagd te krijgen door wezens die ongeveer 1duizendste kleiner zijn dan mezelf. Vervolgens hebben we nog één relaxdagje in Quito en een dagje mountainbiking op de flanken van de Cotopaxi vulkaan; en ik maak – tot mijn eigen ontzetting - geen grapje. Diezelfde nacht vertrekken we door naar de kust, om onze laatste dagen ontspannen en zonnig door te brengen. Mijn Ecuador-avontuur is nog niet ten einde zeg maar!

Thuis is het de laatste weken best gezellig. Het lijkt wel een ganse talentenzoektocht, zo vinden we allemaal wel een talent waarin we Marvin kunnen verslaan. Roos is een kampioen in tafeltennis, Anne een mazelpik in kaartspelletjes, Katrien kan best een potje bowlen, Valerie wint bij de Kolonisten, en ik hou wel van wat concurrentie bij Jungle Speed. Zo hebben we de laatste tijd véél spelletjes gespeeld, overvloedig veel lekker eten gemaakt, films gekeken, gaan kaasfonduen, gaan bowlen, BBQen in het park, een slagroomgevecht gehouden, ... Allemaal piekfijn – onze kleine familie van 3 Belgen en 3 Nederlanders, met regelmatig wat volk over de vloer! Natuurlijk mogen we Maria niet vergeten, zij is onze 35jarige huisbazin. Ze ziet er amper 30jaar uit, heeft het figuur van een model, en is enorm jong van geest. Zo heeft ze onlangs het ingenieus idee gekregen strippers uit te nodigen in huis, en een heus feestje te bouwen. Zij die hopen dat ze dit niet meent, zouden zich wel eens erg kunnen mispakken want voor een goed feestje is ze immers altijd te vinden. Met haar wat uitdagende kledij staat ze alles te geven op de dansvloer – tot ze erbij neervalt zeg maar.

Na vermoeiende weekenden is de aankomst bij ons thuis “Ecuador Mágico” (de échte naam van Maria Ordoñez House) altijd zoals een echte thuiskomst. De kasten zijn volgepropt met lekkers en mijn bed staat netjes opgedekt te lonken (tenzij ik het zelf heb opgemaakt). Samenwonen met Maria, Anne en Katrien op de gelijkvloers heeft zo zijn voordelen; we hebben een eigen keuken, woonkamer, douche en 2wc's. Roos en Valerie wonen op de eerste verdieping, en Marvin woont in ons voormalig “vochtkot”. Zo heeft ieder zijn stekje, zijn rommel en vooral zijn gewoonten. Dat Roos gigantische potten Nesquick verslind, Marvin zich niet kan bedwingen Samson-Vlaams te spreken, Valerie veranderd in Gillerie, Katrien op de hoogte is van hoe, wat, waar en wanneer is; dat is hier de normale gang van zaken. Dat er nu eenmaal geen geheimen zijn in zo'n kleine familie als onze, dat is sommige al zuur opgebroken. Maar konijnenafslachtingen ter zijde, zijn we allemaal flink binnen de perken gebleven. Zo spreek ik voor iedereen wanneer ik zeg dat we allemaal de tijd van ons leven hebben (oké, buiten die konijnen dan..)!

Zo zijn er ook veel dingen die ik zal missen aan het o zo levendige Quito. De alledaagse gekte van bitchfights in het internetcafé, schoenpoetsers die teenslippers willen kuisen, het avontuur van een straat over te steken, de eenvoudigheid van eenrichtingsverkeer, de electriciteitsdraden die als een ongeordend bundeltje “bij elkaar” hangen, de level 4 straten, de dvd’s voor $1.5 die om de 5winkels te vinden zijn, de bussen die zwarte rook uittuffen als er gas wordt gegeven, de taxi’s die enkel aanwezig zijn wanneer je ze niet nodig hebt, ontbijt in de zon, de hoop op geen regenbui in de namiddag, onze sportsessie naar Supermaxi elke maandag, de uitdaging (en geduld) om onze douche warm te krijgen, het koken aan bandwerk voor een ganse groep, Maria die ons altijd haar “girlies” noemt en een obsessie heeft voor chocolade, Vinicio vragen om hulp bij eender welk probleem (die kan immers alles), Valerie haar smetvrees observeren terwijl ze haar glas nauwkeurig onder handen neemt, slapen met de Ecuadoriaanse hits die door de kamer trillen, de eigenzinnige oven hanteren, glimlachen bij het zicht van Katrien haar douchekapsel, de bezoekjes aan Cheap, White en Sleeping lady, het aanhoren van de onbegrijpelijke monoloog van Norma de wasseretevrouw, de ijlenlange rij bij de discotheken op vrijdagmiddag, en zo kan ik nog wel eeuwen doorgaan, want Quito is buitengewoon thuis!

Ja, liefste Quito, Maria, zusjes en broertje, ik zal ons thuis erg missen en váák aan de goeie tijden terugdenken, maar voor nu: vive las fiestas en Quito!

¡Besito fuerte!

dinsdag 12 mei 2009

Iwarrrrra*

Na veel discussie zijn we tot een soort consensus gekomen: nog een viertal weken en we vertrekken terug naar België. Tijd voor souvenirshoppen dus. Zoals echte gringo's wisten we onmiddellijk waar zijn: Otavalo! Onze onderhandelkunsten werden gauw genoeg op de proef gesteld, en ik ben tot de conclusie gekomen dat constant hetzelfde getal herhalen zijn effect heeft. Handig, want in herhaling vallen is nu net een uitzonderlijk gave waar de Heer mij mee gezegend heeft. Af en toe ging het er wat steviger aantoe, maar de dappersten zijn de Belgen, en met een ganse buit zijn we er vandoor gegaan!

Die avond namen we de bus naar Ibarra, een dorpje ten noorden van het land. Het busje zat volgestouwd met mensen uit omliggende dorpen, en die waren allen gekleed in traditionele kledij. Dat wij daarbij redelijk uit de toon vielen, was wel duidelijk. Onmiddellijk stond er een man recht om mij te laten zitten, redelijk genant eigenlijk want hij was een stuk ouder als mij. Goed opgevoed zoals ik ben, wou ik er niet veel van weten, maar veel tegenspraak dulden ze hier niet. Eens dat ik goed genesteld zat in mijn stoel (best een opgave met die talloze zakken), bleef het – tot mijn verbazing – nog steeds stil. Ik had me verwacht aan een gans kruisverhoor tot de nieuwsgierigheid van de ganse bus was uitgedoofd, maar die kwam niet.

Ongeveer halverwege de busrit belde Luis me op, en omdat ik hem al eventjes niet meer gesproken had werd het vrij lange en vrolijke conversatie. Vol enthousiame werkt een beetje zoals alcohol op zo’n momenten; je geeft niet direct om hoeveel fouten je maakt en wat voor onzinnige dingen je er wel niet uitslaat. Het was een fijne babbel en met een brede glimlach hing ik op. Met de gsm in de handen wierp ik mijn blik naar buiten; welgeteld één gelukzalige zucht lang, want uiteraard was het de jongen naast mij niet ontgaan dat de conversatie in het Spaans was gevoerd. Tóch mijn langverwacht kruisverhoor gekregen. Gelukkig had deze jongen zelf ook een verhaal, en kon ik genieten van mijn tweede aangenaam gesprek die avond. Aangekomen in Ibarra was ik best trots op mezelf; mijn Spaans had ik weer netjes geoefend, Carolina kon trots op me zijn!

Onze reisgids had ons geholpen een goed hostalletje eruit te pikken. Die avond gingen we nog iets drinken op een soort grote markt plein, waar ze alle klassiekers leken te draaien. Best een gezellige boel. Niet té laat ons bed in, want de volgende dag hadden we een trein te halen. Deze toeristische treinrit gaat van Ibarra naar Salinas, en trekt door prachtig landschap. Het is de minder bekende versie van “El nariz del diablo” die je terugvind in Riobamba. ’s Ochtends om half 8 stonden we klaar om onze ticketjes te innen aan de kassa. Helaas was de trein volledig uitverkocht, en werden we door een bewaker met nog een tiental andere mensen verplaatst naar de wachtruimte. Allemaal typisch Ecuadoriaans, want een echt systeem leek er nog niet te zijn ontworpen. We wachten een heel tijdje en maakten ondertussen kennis met een Amerikaan die in dezelfde hostal verbleef als ons, en net was aangekomen in Ecuador.

Toen we eindelijk uit de wachtkamer werden verlost, praatten we nog met een familie van ongeveer 9 mensen. Zij hadden met de ticketverkoper gepraat en er was een mogelijkheid om de bus te nemen tot aan Salinas en dan de treinrit terug te nemen. Ongelooflijk veel geluk hadden we, want er waren nog net 3 plaatjes vrijgekomen op de trein en die pikten wij natuurlijk gauw in. Achteraan deze in België gemaakte trein kon je in de frisse lucht genieten van al het moois om je heen. Af en toe maakte de trein dan eens een stop en dan kon je uitstappen, wat foto’s nemen of gewoon eventjes de beentjes strekken.

Ondanks mijn zogenaamde norse gelaatsuitdrukking, blijf ik zeer aanspreekbaar voor de medemens. Zo blijkt het toch. Wanneer Katrien en Valerie de bus verlieten, sprak een jongen me aan. Hij was samen met zijn 30 klasgenoten op schooluitstap; ze kwamen allen oorspronkelijk uit Riobamba, studeerden toerisme en zo vonden we al gauw wat om over te praten. Later kwamen twee vriendinnen van hem nog een praatje met me slaan; echt heel aardige meiden! De treinrit bracht ons langs prachtig dromerig landschap, een waterval, onder enkele tunnels, voorbij een ploegende boer en over een brug die een afgrond overbrugde van 128meter. Heel wat om gade te slaan dus!

Salinas, daar moesten we zien te geraken met deze Belgische hobbelbak. Deze Salinas valt absoluut niet doorheen te halen met Salinas van de Costa, dat terecht de Benidorm-look-a-like genoemd mag worden. Salinas in de Sierra was de tranquilidad zelve. Het was zondag en de helft van het dorp was leegelopen op de bankjes van het kleine parkje. In de kerk leek er enige activiteit te zijn, en heel wat kleintjes leken toch naar school te gaan (aan de zijkant van diezelfde kerk). Wat ons wel verbaasde, was het niet-Ecuadoriaanse uitzicht van de inwonders daar; het waren immers allemaal zwarten. Onze poging tot verklaren van dit verschijnsel bracht ons tot niet al te veel zinnigs, dus een echte verklaring kan ik er nog steeds niet aan geven. Het gaf het dorpje wel een Afrikaans tintje; luide ritmische muziek en de vrouwen die rondlopen met een goede wiebel in hun kont ... Het heeft zijn charme!

Onze rit terug was lekker ontspannend, toch na we ontsnapt waren aan de gekke familie die we die ochtend ontmoet hadden: de oma haar plaat was blijven hangen op “¡Baila! ¡Baila! “. Ze hadden alleszins geen gebrek aan sfeer!
In het oneindige staren en heerlijk dromen, dat was ik aan het doen toen de trein abrusk stopte. Ontsporing?! Jawel onze trein was ontspoort. Geen paniek; alle mannen werden verzameld en binnen de korste keren stonden ze allen naast elkaar de schade op te meten. Wat getimmer en wat gekrik, en natuurlijk een beetje geduld, meer was er niet nodig om weer aan de bol te gaan. Gelukkig dat de trein dat niet had besloten te doen op de 128meter hoge brug ...!

Alweer een weekend voorbij; “time flies when you are having fun!”. Als dat niet de waarheid is...

Muchos besitos
xxx


*Iwarrrrra is kustdialect voor Ibarra - kwestie om jullie in dezelfde status van verwardheid te krijgen als mij

dinsdag 5 mei 2009

Tripping in Guayaquil - Cuenca - Ingapirca

Zoals echte toeristen blijven we reizen, en gingen we door na de Galápagos eilanden. Met het vliegtuig landden we in Guayaquil, de grootste (en gevaarlijkste) stad van Ecuador, en tevens ook onze eerste bestemming. Die avond besloot ik wat te rusten; ik voelde me niet zo heel lekker en wou de komende dagen fit starten. We hadden immers veel op de planning...

Eén dag hadden we ingecalculeerd om “Guayaquils finest” te gaan bekijken. Las Peñas stond daarbij op nummer 1. Een wijk bestaande uit gekleurde huisjes, waarbij er bovenaan een kerk staat met een verbluffend uitzicht over de hele stad. Heus de moeite, maar in de ondraagbare hitte waren de 444treden een hele klus. Het bewegen van schaduw naar schaduw begon meer te lijken op het beoefenen van een complexe sport, maar was voor ons eigenlijk maar een flauwe en weinig succesvolle poging tot overleven. Nadat we genoeg afgezien hadden besloten we te wandelen in wat koelere oorden: een shoppingmall mét airconditioning! Daar maar wat rondgeslenterd tot we weer wat op normale lichaamstemperatuur waren en onszelf begeven naar de begraafplaats van Guayaquil. Niet dat we de strijd hadden opgegeven, maar de graven bleken iets zeer impressionant te zijn! Sommige graven waren (letterlijk) hele kerken, gebouwd voor één persoon of een ganse familie. Best indrukwekkend om te zien...

In de late namiddag vertrokken we naar wat de mooiste stad van Ecuador hoort te zijn: Cuenca! De busrit van 4 uur duurde uiteindelijk 5,5uur en was voor mij een ware hel. Beperkte ruimte, buikkrampen, honger maar niet durven eten, vreemde en wazige dromen door de koorts en constante rillingen die mij van extreem warm naar huiverend koud brachten. Niet mijn beste ervaring. Aangekomen in Cuenca konden we gelukkig onmiddellijk naar onze prachtige hostal, want Lisa en Roos hadden die al geboekt voor ons! Om de schade te beperken was ik onmiddellijk mijn bed in gekropen, maar de volgende dag bleek ik nog steeds niet de oude te zijn. Ik voelde me enorm afwezig en meer verwant met een geestelijke zieke dan een inwoner van deze wereld, en mijn angstvallige zoektochten naar een wc maakten mij niet bepaald het beste gezelschap. Dus terwijl Roberto, Roos, Lisa, Katrien en Valerie de stad gingen verkennen, bleef ik bedlegerig. Die avond werd ik verplicht de dokter te laten komen. Na een kwartier stond er een vriendelijke man naast mijn bed, hij praatte vlot Engels en leek werkelijk in het bezit te zijn van een of ander geneeskundig diploma. Mijn angst voor het bezoek van een sjamaan was geweken. Heuze slaapaanvallen, 39° koorts, beperkte eetlust, pijnlijke buikkrampen, en abnormale diaree; allemaal het trotse werk van een bacterie. Enkele kanjers van pillen, de opdracht terug te eten, genoeg te drinken, en op een zuivelvrij dieet zonder rauwkost te gaan, en ik zou de strijd gauw winnen!

De liefste en beste dokter ter wereld had gelijk; de volgende dag was ik alweer op pad. Mijn disoriëntatie beperkte zich tot normale proporties, en daardoor heb ik toch nog enkele straten van Cuenca kunnen bezichtigen. Terwijl ik op bewonderingswaardige wijze de o zo bekende kathedraal van Cuenca heb weten te ontwijken de ganse dag, waren mijn meisjes op wandel in Cajas NP. Iets dat ik - uiteraard – graag had meegedaan, maar me niet fit genoeg voor voelde. Maar onze hostal was in het bezit van een schattig tuintje met een mooi plakje groen gras en in elke straat vond ik wel een kerk; het voelde eigenlijk een beetje zoals thuis. En dankzij Valerie en Katrien heb ik die dag tóch nog de kathedraal kunnen zien... en inderdaad, ernaast zien was haast onmogelijk, maar zoals je weet, in Ecuador is dan weer alles mogelijk!

Onze laatste dag schonken we aan Ingapirca; de grootste Incaruïnesite van Ecuador. Katrien, Valerie en ik namen de bus naar El Tambo, dat vlakbij lag. De bus was (buiten onszelf) volledig gringo-vrij en dat maakte ons best een attractie. We kwamen dankzij de veelvuldig aangeboden hulp op de juiste plaats terecht, en na 5minuutjes bergopwaarts kwamen we aan. De site van Ingapirca, dat Inca-muur betekent in Quechua, is niet om over naar huis te schrijven. Het is niet speciaal groot, indrukwekkend, of complex in elkaar gestoken, en toch blijven die Inca’s verbazen. De stenen werden zo geslepen dat ze perfect in elkaar passen, de zonnetempel kan gebruikt worden als observatiecentrum, de zon valt perfect in bij zonnewende en het ganse gebouw lijkt op een fort dat al eerder militair gebruik gekend heeft. Met een beetje kennis wordt het best nog spectaculair!

Zo, dat was mijn onbewogen vervolg van de Galápagosreis. Dankzij mijn herwonnen gezondheid, ben ik weer helemaal klaar voor de volgende avonturen. Die niet lang op zich zullen laten wachten... Het is hier immers Ecuador!

¡ Besitos y hasta pronto !