donderdag 26 februari 2009

¡ Ambato … Alegria para el mundo !

Na een vroege avond en een goede nachtrust was ieder van ons klaargestoomd voor vertrek, op deze zonnige zondagochtend. Ecuadoriaanse carnaval, we hadden allemaal al grote verwachtingen na de talloze verhalen die we de afgelopen weken te luister kregen. Om 9u in de ochtend begon de desfile (parade) in Ambato. We vertrokken dus goed op tijd om onszelf nog van het beste plaatsje te kunnen voorzien. Na een klein uurtje reizen; volgden we de grote stormloop uit de bus, en kregen een gratis begeleiding naar het centrum. Het zoeken naar eten door de ganse massa was best een opgave, en een deel van de groep kon hun honger niet meer controleren bij de vondst van de eerste beste pizzazaak. Een ander deeltje van de groep kon zich nog net beheersen tot aan een lekkere bakker. Uiteraard behoorde ik tot de groep met karakter.

Na ons smakelijk ontbijt stootte we op ons eerste probleem; de politie had besloten de straat af te zetten. De reden is tot op heden nog steeds onbekend, maar het zal een of andere Ecuadoriaanse politie logica zijn geweest. No chance in hell dat ik daar ooit aan uit zal geraken. We besloten ons op te splitsen, om zo meer kans te maken op een fatsoenlijk plekje. Zodra Ross en Lara afgesplitst waren, vonden we een smokkelroute door de massa, naar de straat waar wij wouden zijn. Ondertussen was het dankzij diezelfde massa onmogelijk geworden om onze twee buddy’s terug te vinden, dus vervolgden we – jammer genoeg - onze weg zonder hun. Zo kwamen we op een veel rustiger gedeelte van de route terecht, waar de parade pas een half uur later voorbij zou komen. Dankzij ons favo-Belgisch duo, Dieter & Evelyne, konden we gans het gebeuren “in alle rust” bekijken van op een balkonnetje.

Dieter en Evelyne zitten ook op de KHM, maar doen hun stage als leerkrachten in een schooltje te Ambato. Zij eten elke middag in het restaurant “Chocos”, bekend voor hun overheerlijke choco-bananen. Bananen gedoopt in chocolade, wie durft er nu nog beweren dat Ecuadorianen niet lekker eten?! Op het balkon van dat restaurant hadden we ons VIP-uitzicht. De parade was in enige zin te vergelijken met de optocht die we in België kennen, met verschil dat dit wel de moeite was om gezien te hebben. De klederdracht was zeer uiteenlopend, net zoals de dansjes die ze uitvoerden. Alle wagens in de stoet waren gemaakt uit frutas & flores, maar bijvoorbeeld ook uit brood. Het was dus een zeer kleurrijke bedoeling, en de bijhorende koninginnen met hun slow-motion zwaaitjes zorgden dan weer voor een entertainende (en soms komische) noot.

De pret begon pas echt na de optocht, toen we besloten ons wat tussen de mensen te mengen en carnaval van dichterbij mee te maken. Ter plekke ontdekte ik dat de gekte pas losbreekt na de optocht, de spuitbussen worden bovengehaald en iedereen wordt – in alle vrolijkheid – ondergespoten met schuim dat in verschillende kleuren, geuren en smaken voorkomt. Favoriete doelwitten zijn gringo’s (hun woord voor buitenlanders). Het duurde een genereuze 10 minuten voor ik mezelf ook zo’n spuitbus had aangekocht; een slecht idee als je aanvallers wil ‘afschrikken’. Blijkbaar heeft het een tegenovergesteld effect; het lijkt alsof je de ander uitdaagt om wat extra kleur in je haar en kledij te brengen. Gelukkig werd Dieter gauw mijn medecompagnon, en konden we elkaar “redden”. In theorie dan toch. Dieter ontsnapte 80% van de tijd aan de aanvallen, terwijl ik een laag kreeg die zeker voor 2 gelde. De keren dat hij niet bespaard bleef en ik hem uitbundig stond uit te lachen kreeg ik als onmiddellijke straf een portie schuim in mijn mond. Maar over het algemeen ben ik content, want in mijn verdedigingsacties is het mij nog gelukt Dieter zijn oren en mond vol te vlammen met dat heerlijk spul. Ik kan niet klagen, met een kleine omweg kreeg ik dan toch nog mijn zin.

Buiten onze kleine onderlinge ‘pesterijen’ vormden we best een gevaarte, zo met twee. De eerste auto die het gewaagd heeft onze dag te kleuren, heeft het geweten. Moedig was het wel, maar wijs – dat is iets geheel anders. Op weg naar ons restaurant stond een auto stil en enkele inzittenden voelde zich zelfzeker genoeg om het vuur tegen ons te openen, zonder gezien te hebben dat Dieter en ik óók gewapend waren. Bij een kortstondige twijfel van de tegenstander wierpen we een blik naar elkaar en vuurde in volle vaart terug. Zoals in een echte oorlog, gaven we de vijand geen tijd om zich te recupereren. M.a.w. we gunden ze de tijd niet om hun autoraampje dicht te draaien, en zo ontving het interieur van hun chique bak een nieuw kleurtje. Bij het observeren van de reacties zag ik de oma van de bende, bulderen van het lachen. Dat had ze zeker niet zien aankomen. Schattig dat ze zo naïef zijn, wat hadden ze anders verwacht van rasechte gringo’s?

Vele high-fives en reddingsoperaties later, waren we in het park beland voor een kleine siësta. Ambato, gelegen in het centrum van het land, kent warmere temperaturen. En voor de zoveelste keer deze ‘stageperiode’ ben ik te weten gekomen dat een factor 12 niet volstaat in een ijverig zonnig land zoals Ecuador. In een kringetje op het gras zaten we te genieten van de overvloedige zonnestraaltjes, en ondertussen gezellig te keuvelen over de ditjes en datjes des levens wanneer twee kindjes snoepjes kwamen verkopen. Zoals altijd maakte ik van mijn hart een steen en gunde hen nog niet eens een blik. Broodnodig, of ik zou nog in staat zijn al mijn bezittingen te doneren aan het eerste beste puppydog-kijkend kind dat mijn blik kruist. Maar deze kinderen waren maar niet af te schudden, tot we tot de conclusie kwamen dat ze geen geld maar schuim wouden. Dat konden we hen nu wel gunnen op zo een prachtige en feestelijke dag zoals carnaval. Haar engelachtig smekende ogen waren toch amper te weigeren, dus spoot Dieter haar kleine onschuldige handen vol met blauwigheid. Vol enthousiasme sprong ze recht, grijnsde vol voorbedacht genot, smeerde al het gewonnen goed volop in het gezicht van Katrien en zette het vervolgens op lopen. We waren allemaal stomverbaasd, maar vonden het toch ontzéttend grappig. DAT hadden we gewoon niet zien aankomen, onwetende toeristen dat we zijn.

Het werd wel het begin van een lange strijd. De rest van de namiddag wijdden we aan het onderspuiten van de kleine duiveltjes en hun vrienden. De technieken hadden we gauw onder de knie, en na een korte tijd waren we volledig overgenomen door carnavalgekte. Je kon ons al echte (nep-) Ecuadorianen noemen, van onze blanke huid was immers toch nog amper iets te merken onder ons kleurrijke façade. En wat doen echte Ecuadorianen in carnaval? De weinige aanwezige gringo’s pesten. Het duurde ons dan ook niet lang om de Hollanders te spotten in het park. Onze collaboratie met de niños verliep vlotjes en we kregen ze goed te grazen, die kaasvretende buren van ons. Ik had stiekem gehoopt op een “hartstikke leuk”, maar het enige dat we eraf kregen was een “Was ik niet duidelijk genoeg? Mijn tas…” bla bla bla, en dan verloor ik mijn interesse. Dieter en ik stonden ondertussen alweer onder vuur door die kleine bengels, die meesters waren in omsingelen. Ik kreeg de kans niet tijdig op te merken dat de rest van onze groep spoorloos was, tot ik plots een torenhoge berg schuim op mijn hoofd kreeg. Donatie van Katrien, die net zoals de andere chica’s, een verse bus “espuma de carnaval” (hét carnavalschuim) was gaan kopen. Het werd een soort nationaliteitenoorlog met veel overloperij, maar vooral dolle pret. Met kleuterachtige speelsheid hebben we elkaar door het park gejaagd en het flink bont gemaakt. Carnaval in Ecuador is een écht feest. Dat mogen ze in België ook wel eens introduceren, in plaats van met bakkenoude snoepjes gaten in de hoofden van kinderen te gooien.

‘s Avonds waren we kapot van al dat lopen, duiken, vluchten, ondergaan en verweren. Drie spuitbussen later was ik best hongerig voor mijn avondmaal, en dat gelde net zo goed voor de rest van de crew. We opteerden voor een vettige “hamburger” met namaak frieten, een beetje Europa was wel welkom na de cultuuronderdompeling die dag. Met ons buikje fiks rond gegeten kropen we terug de straten op met onze overblijfselen schuim, en verse moed. De sfeer in de straten was een van pure vrolijkheid en opmerkelijke feestelijkheid. Verscheidene Ecuadorianen kwamen ons lenen voor een fotomoment. Alleszins bijzonder, je staat dan ook niet elke dag met vreemden op de foto. We hebben onze ‘5 minutes of fame’ zeker gehad dit weekend. Overal klonk luide muziek en de mensen waren in overduidelijke feeststemming, die de alcohol sinds 9uur die ochtend zeker en vast bevorderd zal hebben. Sommige mensen waren zichtbaar “onder de indruk” door mijn wijn-uit-een-zakje-drinkkunsten. Hetgeen mij steeds, en altijd, blijft verwonderen is dat Ecuadorianen werkelijk dànsen. Ze zijn nog traditioneel in de zin dat ze altijd een aan een dansen. Geweldig om zien, zeker wanneer je bierzuipende, tooghangende Belgen gewoon bent. Wanneer een Ecuadoriaanse man je ten dans vraagt, gaat het meer om de dans dan het een excuus om je eens goed vast te kunnen pakken. Die ontdekking was mijn eerste echte cultuurshock.

Zonder nog verder uit te breiden, hoop ik dat het duidelijk leesbaar was dat het een ongelooflijk geslaagd weekend was, en jullie zijn allemaal uitgenodigd wanneer ik het voor de miljoenste keer wil overdoen!

Vive las fiestas con alegria !!!! XXX

woensdag 25 februari 2009

Quilotoa beauty

Vrijdag kwamen we te weten dat het onmogelijk zou worden om naar Guaranda te trekken; dé plek in Ecuador waar carnaval het wildst gevierd wordt. Eieren, bloem, water, schuim, … een waar doopfestijn met andere woorden. Maar wegens overvloedig veel regen zijn vele wegen ingestort of geblokkeerd door neergetuimelde rotsen; en is het onmogelijk geworden naar de kust te trekken. Vandaar dat vele mensen nu verwacht werden in plaatsen zoals Guaranda en Ambato; omdat daar carnaval nog traditioneel gevierd werd. Wegens gebrek aan logies en de verre afstand werd Guaranda vrijdag dus officeel afgeschaft als toenmalige weekendbestemming. Tijdens de zonnige namiddag besloten we dan maar om met de reisgids bij de hand een beter plan te bedenken. Uiteindelijk kwamen we op het idee om zondag naar Ambato te gaan; een minder wilde maar toch populaire carnavalbestemming die maar 2,5uur rijden was. Zaterdag zouden we een tussenstop maken; Latacunga werd onze uitverkorene, vooral door zijn overtuigingsfactor van zijn dichtbijliggend kratermeer. Wel; dat hadden wij als kleinschalige Europanen toch in gedachten.

Zaterdag vroeg vertrokken we voor 25dollarcent met de troley (een bus op elektriciteit) naar de gevaarlijkste plaats van Quito; terminal terrestre. Het alom beruchte busstation. Daar belanden we al gauw op de verkeerde plaats, en kwam een Ecuadoriaans vrouw met ballen aan haar lijf; ons op de juiste bus loodsen. In Ecuador een ganse bedoeling; want fors ellebogen zit deze mensen in de genen. Anderhalf uur later kwamen we aan in Quilotoa, een zeer typisch Ecuadoriaans dorpje, waarbij ik me nog meer gringo voelde dan anders. Daar vonden we onszelf een hostelletje voor 8dollar de nacht, een goede prijs/kwaliteit verhouding als je het aan mij vraagt. Iets later kochten we een tros bananen voor een halve dollar die we we allemaal; jawel alle 12 de bananen; gauw naar binnen gemoffeld hadden in onze semicomfortabele bak van de pick-up truck.

Onderweg hebben we een kleine picknick gehouden (met o.a. onze erg smakelijke bananen), en onszelf goed ingeduffeld want Quilotoa ligt een 1000tal meter hoger dan wij gewoon zijn. Op 3854meter hoogte lijkt de zon zijn kracht te verliezen en durft het best fris worden. Gezellig bij elkaar gekropen voor enige warmte werd er plots paniekerig carnaval-alarm geslagen door Valerie. En voor we het wisten hadden we een emmer water over ons heen gekregen door een bende fervente carnavalvierende-snotneuzen. Na wat gegil, gevloek en gelach waren we klaar voor onze tegenaanval. En inderdaad, een paar kinderen hebben bananenschillen naar hun hoofd geslingerd gekregen. Ze keken ietwat verdwaasd door onze bizarre wederaanval; maar je moet het roeien met de riemen die je hebt. Zo gaat dat in het leven.

Na een reisje van 2uur kwamen we aan bij het meer en we geraakten al gauw aan de praat met een van de bewoners daar. Hij leek prettig geamuseerd door onze doorweekte verschijningen. Het heeft hem weinig moeite gekost om ons te overtuigen zijn huis binnen te gaan voor een warme chocomelk, en uiteindelijk een almuerzo (middagmaal). Dat de mensen het daar met weinig moeten doen viel al gauw op toen we zijn huis naderden. Op zulke hoogte wordt het ’s nachts best koud; en het huis was nogal bouwvallig en dus niet bepaald bestemd om de kilte af te weren. Het dak lekte en binnen vond je overal plassen water, op de tafels, stoelen,...
Na onze avontuurlijke rit wouden elke dames onder ons (uiteraard) een bezoekje brengen aan het toilet, en naast onze eettafel stond een deur met daarnaast een op de muur geschilderde aanwijzing naar de baños. Een dikke pijl wees naar de deur vlak ernaast, maar toen je die deur opende kwam je gewoon buiten terecht. Voor zover de wc dus. Er was dus weinig luxe te bespeuren, maar de mensen leken zich daar niet aan te storen. Het middagmaal was verder best smakelijk, en de man deed uiterst zijn best om het naar onze zin te maken.

Het voorbereiden van het eten voor 7 mensen had meer tijd in beslag genomen dan voorzien, en we moesten ons best nog haasten om ons eigenlijk doel te bereiken: het Quilotoa laguna. Een korte wandeling op een heuvel bracht ons bij waar we moesten zijn, en waren allemaal ontzettend verbaasd door de schoonheid van dit natuurfenomeen. We hadden alleen een kratermeer verwacht; maar we waren niet voorbereid op zoiets imposant. We hebben er letterlijk 5 minuten van kunnen genieten; want in het dorp hing een soort mysterieuze mist die zich nu over het meer bewoog en het hele kratergebeuren onzichtbaar maakte. De schoonheid van het meer mocht dan wel tijdelijk weggewist zijn, maar de ganse ervaring en opluchting zal me zeker niet gauw loslaten.

Onze terugrit maakten we in de bus, die ons vlagen van stress bezorgde door op Ecuadoriaanse timing te komen opdagen. In de Lonely planet staat ( I quote: ) “ Transport is tricky.” Vanaf heden luister ik altijd eerbiedig naar de wijzen woorden van deze reisgids. Onze zaterdag was dus veel reizen voor een kortstondige 5 minuten pret, maar zo is wel met meer zaken. En in dit geval was het het zeker en vast waard.
Desondanks deze fantastisch dag, moest het echte feest nog beginnen en dat was, zonder twijfel, carnaval !

Hasta luego mijn beste makkers en maten, en tot het volgende avontuur: viva carnaval, de BESTE tijd van het jaar!

Besitos

dinsdag 17 februari 2009

Gringos en Baños

Baños; een gezellig stadje bekend voor zijn thermische baden, stond op de planning voor ons tweede vrije weekend in Ecuador. Zaterdag, in de vroege ochtend, namen we een goedkope rit naar het Termino Terrestre, de plaats waar alle bussen samenkomen. De nogal verwarde taxichauffeur zette ons af en was zo vriendelijk ons te wijzen naar de opstapplaats van de bussen naar Baños. We moesten via een tunnel de straat oversteken. De tunnel overleefd, kwamen we in een ondergrondse plek vol chaos. Rondom had je loketjes staan waar alle verkopers verspreid zaten en ieder hun bestemming in het wilde weg brulden. Sommige gingen er volledig in op, en maakte er een iets originelere versie van, zoals de Riobamba-ticketverkoper: Riobamba-bamba-bamba – Riobamba-bamba-bamba. Het was haast aanlokkelijk te veranderen van bestemming, want onze verkoopster toonde maar weinig enthousiasme. We werden bijna op de bus gesleept; zo gretig waren ze om mensen mee te krijgen. Onbegrijpelijk; want eigenlijk zou Baños zichzelf moeten verkopen.

Het begin van de busrit is altijd het beste; de plaatselijke lokker is altijd pure entertainment. Ik zou zweren dat ze een soort Tarzan-cursus krijgen om te leren op en neer zwengelen van de bus. De bus vermindert in het begin regelmatig van snelheid, zodat de lokker zich met het grootste gemak van de wereld de bus kan afspringen en in het rond begint te lopen en naar mensen “ Baños Baños Baños …!” blijft kelen. Verwonderlijk vindt hij elke keer nog mensen die meewillen, of mensen die denken dat ze ergens elders naartoe gaan, en dan de volgende halte moeten afstappen. Allemaal goed mogelijk, hier in Ecuador. Na een sessie live-entertainment, moest ik overschakelen op een serieuze B-film met een strippende Jacky Chan en een handschuddende zeehond. Maar enkele dutjes later; en na een totaal van 4uur; kwamen we aan in zonnig Baños. Het stadje straalde al direct iets levendigs uit. Met ons beste Spaans vonden we een verblijfplaats pal in het centrum voor maar 7dollar/nacht. En er was maar één simpele voorwaarde: warm water.

Rustig het stadje rondgelopen; tot Evelyne en Dieter arriveerden. Onze twee Belgische amigos, KHM-studenten, en twee hilarische exemplaren van makkers. De ‘fun’ kon beginnen. We hadden allemaal zin in een goede portie avontuur, en na een verkenning van Valerie, Katrien en mezelf wisten we al waar we moesten zijn voor het huren van onze mountainbikes. Wel, dat dachten we toch. Onze verkoper had een goede portie verkooplust, en wou ons een rit rond de vulkaan verkopen. Te midden van al zijn verkoopstrategieën hoorde we gerommel in de verte. Valerie had een kortstondige paniekaanval, waarbij ze dacht dat de vulkaan een actief momentje beleefde. De verkoper moedigde dit enkel aan, en ging even demonstratief rechtstaan om het weer te “bestuderen”. Nu moet je je daar niet veel bij voorstellen, want hij heeft werkelijk een enkele blik geworpen op de grijze, bewolkte lucht en gaf zijn volle goedkeuring. We waren klaar om te vertrekken, maar kregen dan een licht misverstandje over de prijs. Waardoor we overbleven met een enkele optie om de watervallenroute te verkennen met een truckachtig iets. Daar waren we zo niet voor te vinden, want Dieter en Evelyne hadden die immers al gedaan. We besloten dan om zelf, met de bus, de indrukwekkendste waterval te bezoeken, de waterval van de duivel.

Hiervoor moesten we opnieuw de bus op. Het was proppen en wringen in alle mogelijk bochten en posities om iets of wat stabiel te kunnen “staan” tussen al het andere volk. Na ongeveer een kwartiertje, stapte een heel groepje mensen uit en ik was ongelooflijk dankbaar voor de vrijgekomen ruimte. Maar eigenlijk tevergeefs, want uiteraard moesten wij er ook uit aan die halte. Een stukje wandelen door een uitmuntend stukje natuur, met geweldige reisverhalen van onze twee mede-gringos en we waren al gauw aangekomen aan de duivel zijn creatie. Om de waterval duidelijk te zien moesten we een brug op, die bestemd was voor 5 personen en waar er al 20 opstonden. De brug voelde niet bepaald stabiel onder mijn voeten en het naar beneden kijken was niet bepaald een goed idee. Maar de waterval was op zijn minst overweldigend mooi en het waard mijn leven te riskeren op de heen en weer zwierende brug. Terug op begane grond zijn ze de waterval van dichtbij gaan bewonderen. Het geluid van het naar beneden stortende water was echt machtig. Een grote hoeveelheid water kwam neer in een kleine oppervlakte, en het ging er nogal wild aan toe.

Ondertussen werd het duidelijk dat er voor onze verkoper geen meteorologische carrière weggelegd was, want het was aan het gieten. Dankzij de warmte was dit absoluut niet storend. Daarenboven werden we toch al nat door het in het rond klotsende water van de duivel. Door het neer storten van het water en het terug naar boven spatten, vormde zich er een soort stoom, waardoor het leek alsof het water kookte. Indrukwekkend. God heeft zijn concurrentie, want de duivel heeft geniaal werk afgeleverd met die waterval, dat weet ik wel. Het kostte op een gegeven moment wel wat klimwerk en kruipen door een heel erg smalle grot, om op het hoogste punt aan te komen. Daar boven, werd ik beveelt door mijn mede-gringos om het op lopen te zetten en gehoorzaam zoals ik ben, luisterde ik onmiddellijk. Hoewel ik er eigenlijk absoluut niet begreep waarom er zoveel haast bij was. Toch zette ik het op een kort spurtje tot waar zij stonden, en dan werd het mij plots duidelijk dat we onder de waterval stonden en klets-en kloddernat werden. Ondertussen werd er een sfeervolle foto genomen door een vriendelijke Ecuadoriaan, en staat deze herinnering voor eeuwig vast.

Nadat we niet meet natter konden worden besloten we naar de stad terug te keren, en onszelf vol te proppen met welverdiend Europees eten. We moesten wel nog wat geduld uitoefenen, en half uurtje wachten voor we in ons gekozen restaurant binnenmochten. We hebben de winkeltjes dan maar uitgetest en stipt een half uur later stonden we opnieuw op de deur te bonken. Waarbij de eigenares nog een kwartiertje respijt vroeg. Die we haar hebben gegund, maar niet zonder onze ongeduldigheid duidelijk te laten merken door buiten haar restaurant te blijven staan, en de volle 15minuten te timen op het horloge van Dieter. Die avond hebben we goed en véél gegeten, ronduit gelachen, en eigenlijk was het gewoon uiterst gezellig. Later op de avond hebben we enkele bars bezocht en ons uiteindelijk gezet in een bar met buiten een paar bankjes rond een kampvuur. De Ecuadorianen waren binnen hun beste dansmoves aan het bovenhalen, en Dieter heeft zich ook eventjes laten gaan op de trap, maar jammer genoeg sloeg deze hippe move niet aan. Ik begrijp er nog steeds niks van, het was nochtans zeer origineel.

De volgende ochtend hebben Katrien, Valerie en ik een paar reisbureaus gezocht om een paardrijdtocht bij te boeken. Na een half uurtje konden we vertrekken. We hadden ons geplaatst naast ons reisbureau van keuze,de enige die ons kon helpen pakt, en daar wat naar de mensen zitten gapen. Het beste tijdverdrijf ooit uitgevonden. Naast ons, op de trappen van ons verkoren reisbureau, zat een straatmuzikant te tokkelen op zijn gitaar. Mijn voorliefde voor straatmuzikanten heb ik blijkbaar niet erg goed kunnen verbergen, want enkele minuten later waren we al aan de praat. Maar niet voor lang, want mijn Spaans is nogal zwak, en mijn liefde voor paardrijden was minstens even groot. Een klein kwartiertje later zaten we op de paarden en klaar voor vertrek. Sommige meer als andere, want ons liefste Valerie ging van de ene paniekaanval over in de andere. We vormde een gezellig groepje van 5; Valerie, Katrien, mezelf, John onze 20jaar oude begeleider en onze blijkbaar multifunctionele straatmuzikant José. Een twintigtal minuten later waren we nog maar met 4, ons Valerie zag het niet meer zitten na het verwisselen van haar overdreven sloom paard op mijn paard met een eigen mening over de juiste richting. Haar nieuwe paard besloot, na een korte ruzie met een ander paard, dat zij het voor bekeken hield en draaide zich om en ging terug naar huis. Zonder enige ervaring kreeg Valerie de schrik van haar leven en zag het paardrijden niet meer zitten. Tja, en toen waren ze nog met 4.

Het werd alleszins nog een prachtige rit door de wilde, bergachtige natuur van Baños. Het galopperen door het vulkanisch gebergte was simpelweg bangelijk. Halverwege zijn we gestopt waar je vulkanisch gesteente vond, van waar de vulkaan Tungurahua in 2006 laatst uitbarstte. Je zag aan plasjes water in de grond dat er toch nog wat “beweging” inzat, en het water bevatte bovendien wat gas, zodat je bruiswater kon drinken. Na twee gewaagde slokken ben ik terug op het paard gekropen, voor nog een laatste uurtje genieten. Mijn Spaans heb ik nog wat kunnen oefenen, hoewel er, eerlijk toegegeven, niet veel zinnigs uitkwam na een weekendje volop Antwerps te hebben geoefend. In het dorp hebben we Valerie teruggevonden, die gelukkig al gekalmeerd was, en zich klaar voelde om het avontuur van voedseljacht aan te gaan. Dieter en Evelyne vonden we gauw terug, en die hadden de winkeltjes flink gesponsord in de voormiddag. Het weekendje vloog om, maar dat kan enkel een goed teken zijn: “ Time flies when you’re having fun!”.

Gelukkig moeten we deze week geen formaliteiten meer in orde brengen, want we zijn officieel inwoners van Quito; tot 3 augustus zijn we hier welkom. Klinkt zeer aanlokkelijk, zeker wanneer je ons ‘To Do’-lijstje ziet. Ik ben alleszins klaar voor de nieuwe avonturen volgend weekend, want dan is het hier carnaval. En carnaval wordt hier nog heel uitgebreid en traditioneel gevierd. De keuze gaat tussen twee dorpen waar er blijkbaar een enorm groot feest met parades en muziek gehouden wordt: Ambato (3u weg) of Guaranda (4u weg). Beide hebben hun voordelen, dus de keuze is niet gemakkelijk. Een luxeprobleem, ik weet het. Voorlopig staan er op de planning om al zeker met een groep van ons school te gaan vieren en feesten, op zijn Ecuadoriaans. Dus dat beloofd wat te geven.

Hopelijk kan ik mezelf deze keer wel wakker houden op de bus, want de laatste keer draaide uit tot een moment van pure schaamte. Het vechten tegen de slaap verloor ik af en toe, en maakte mezelf half wakker door de alom bekende knikkebolbeweging. Op een gegeven moment was ik wel erg ver weg, en werd ik wakker, opnieuw door de knikkebol, maar deze keer belandde mijn hoofd iets uit de richting: op de dikke buik van de man naast mij. Uit volle schaamte heb ik mijn ogen maar toe gehouden en uit mijn ooghoeken proberen te spotten wanneer de man eindelijk zou vertrekken, zodat ik hem niet onder ogen zou moeten komen. Maar de slaap won de strijd opnieuw, en tot mijn eigen ongeloof belandde ik alweer op de buik van de buurman. Deze keer kon ik de slaap toch niet meer veinzen en besloot ik maar ‘toevallig’ uit het raam te staren. Het duurde een eeuwigheid voor de man vertrok en dat bezorgde mij, een welverdiende, stijve nek.

Persoon vind ik het een hilarisch verhaal, en ik ben heel blij dat het mij niet is overkomen. Het is namelijk een van de bangelijke anekdotes waarmee Carolina mijn Spaanse lessen vult. Haar levensverhalen gaan van intrigerend naar onbetaalbare hilariteit. Eerder deze ochtend zaten we tijdens de les op Facebook naar foto’s te kijken, Postman Pat te zien in het Spaans (uiteraard), gepraat over alle gekheid op een stokje (voornamelijk doorgeslagen studenten van haar), en daarna hebben we nog filmpjes bekeken over hanen- en stierengevechten (cultuuronderdompeling). Geweldig. Maar door al het praten heb ik tonnen huiswerk, ik moet vertellen over ganzen rijden, een kindvriendelijk kinderliedje vertalen (in Ecuador zijn ze namelijk erg gewelddadig), een tekst schrijven in de verleden tijd en dan nog enkele oefeningen rond por/ para en werkwoorden. Morgen ga ik met haar naar een museum in het historisch centrum, en ondertussen ben ik verplicht ‘vlot’ Spaans te praten en (mijn geluk kennende) het vertaalde liedje te zingen. Ik kijk er al naar uit…

Hasta la proxima aventura mis amigos !
Besitos X

dinsdag 10 februari 2009

Otavalo; la naturaleza es vida

Vrijdagavond was het zover, we waren volledig klaargestoomd voor ons vertrek naar Otavalo. We waren zelfs op tijd, ondanks onze nieuwste “Mañana Mañana”-houding die je, hier in Quito, enkel bij ons vindt. Een busje zou ons komen ophalen, maar zoals je wel kan gokken gebeurde dat niet. In plaats daarvan moesten we met een locale bus. Deze bussen rijden met hun deuren open, en stoppen niet als iemand wil opstappen. Maar gelukkig zijn ze zo vriendelijk om van snelheid te minderen, zodat je erop kan springen. Dit lukte de eerste keer tamelijk goed, maar dan moesten we veranderen op een soort “intercity-bus”, en in Ecuador vertaalt dat zich in hetzelfde principe alleen hebben ze binnenin een TV met de meest schrale TVprogrammas (VTM³). Ik verbaasde me over het feit dat de bus stilstond; hoewel dat voor de grootte van onze groep wel nodig was. Voor enkele seconden lukte dat goed, en ik voelde een soort trots voor de nog onbekende chauffeur. Dan begon hij elke keer vooruit te rijden, Lara sprong op de bus, de bus reed vooruit, dus ben ik er op een of andere miraculeuze manier opgesprongen, onze gids Vinicio volgend en daarbij nog de persoon die alle mensen “op de bus helpt” (lees: ervoor zorgt dat de bus niet al doorrijdt met maar de helft van de familie). De helper hong dus gewoon met een voet op de tree en wapperde zo een aantal meter verder.

In Ecuador rijden er niet zoveel autos en bussen, en eigenlijk is dat maar goed. Tenzij ze het bevolkingsaantal willen halveren natuurlijk. Met verkeersregels nemen ze het immers niet zo nauw. Verkeerslichten zijn leuk, simpelweg om de variatie van groen naar rood, maar verder wordt er eigenlijk niets mee gedaan. Als het licht rood is, wordt er niet gestopt maar is er een simpele oplossing voor het waarschuwen van de andere automobilisten: toeteren. Jawel, de toeter. De toeter in Ecuador, ik zou er al een apart boek over kunnen schrijven. Wel, als mijn scriptie een flop wordt, dan heb ik zonder twijfel een back-up. De toeter is hier multifunctioneel, maar dat zal naarmate het verhaal wel duidelijker worden.

Dus, ik lanceerde mezelf op de bus en Vinicio lanceerde me vooraan de bus, naast onze “prettig” gestoorde chauffeur. Eigenlijk ben ik hem daar wel dankbaar voor, want uiteindelijk vond ik het beter als TV. We slingerden vol overtuiging over de baan, en de lokman riep al hangend vanuit de bus “Otavalo, Otavalo !!”. De chauffeur deed zijn eigen bijdrage door dan nog eens luid te claxoneren, naar zowat elke plaats waar iemand stond. En mits Quito de hoofdstad is, staan er véél mensen. Ik heb zelfs ondekt dat de bus twee verschillende toeters heeft. Deze ontdekking heeft me bijna een hartinfarct bezorgt, maar het is de moeite waard om te weten. Ze hebben een normale toeter en een oorverdovende toeter; maar na enkele weken in Ecuador ben je er heus al immuun voor. Iets buiten de stad was het eigenlijk niet meer nodig om mensen te lokken, hoewel we af en toe nog stopten in een of ander godverlaten gat. Dan stapte er iemand op of af, terwijl ik nog niet eens een huis vond. We begonnen stilaan goed te vlammen, met de wind door mijn haar (het raam stond open), had ik af en toe een pretparkgevoel. Het halen van grote snelheden ging samen met nog meer getoeter. Dit vooral naar auto’s die niet snel genoeg gingen naar de zinnen van onze halve gare chauffeur.

Het CONSTANT veranderen van rijvak zorgde voor een prettige kriebel in de buik. Hoewel het prettig zigzaggen me op een bepaalde moment een groene kleur moet bezorgd hebben. De inhaalbeweging ging voorbij twéé camionetjes, en een andere stadsbus. Op zich was het best spannend, tot ik doorhad dat we dit aan het doen waren in een bocht. Een bocht waarbij het absoluut onmogelijk was om te zien of er iets of niets aankwam. Hij heeft het voor elkaar gekregen om dit een 6tal keer te doen doorheen de ganse rit, waarbij we maar één enkele keer minder geluk hadden en er in de verte een tegenligger aankwam. Dit terwijl we op een goed tempo aan het spookrijden waren. En wat is de beste oplossing om te andere te waarschuwen dat je “even” Engels aan het rijden bent? Toeteren uiteraard. En ondertussen rustig een beetje gas bijgeven. Bij nader inzien ben ik ervan overtuigd dat we een kwart van de tijd niet op ons eigen rijvak gereden hebben. De eerste keer kreeg ik het doodsbenauwd, maar na een tijdje gaf het best een kick. Gelukkig voor mijn medereizigers kon mijn testosteron-gehalte weer normale proporties aannemen toen de bus stilstond om te tanken. Een kwartiertje later zijn we dan toch nog heelhuids in Otavalo geraakt.

Blij was ik wel toen we in eindelijk arriveerden, want naarmate de rit vorderde werd ik niet alleen agressiever, maar werden de Ecuadorianen curieuzer. En mits mijn Spaans nog een ferme portie haar erop heeft, was de conversatie met de chauffeur en co-chauffeur niet bepaald hoogstaand. Zijn vragen klonken af en toe meer Chinees dan Spaans, vooral omdat alles hetzelfde klonk maar gewoon de klemtoon elders lag. Ik heb het er alleszins nog goed van afgebracht, want het niet al te goed verstaan van Spaans heeft zijn voordelen, zeker wanneer ze voor je nummer vragen. Met een herwonnen gevoel van vrijheid zijn we allen van de bus gesprongen op weg naar een of ander bouwvallig restaurantje. De plaatsen waar we zijn gaan eten, zou je mij anders niet binnen hebben gekregen zonder alles eerst te desinfecteren. Maar verbazingwekkend zijn de mensen extra vriendelijk en is het eten best smakelijk. Die avond hebben we geslapen in een petieterig kleine hostal, waarbij ik bovenaan een stapelbed lag en gans de nacht om het uur wakker werd uit schrik eruit te totteren. Kindertrauma’s, ze zijn toch nergens goed voor.

De volgende ochtend moesten we vroeg uit de veren, maar dat was niet erg moeilijk met al het gerommel buiten en het vooruitzicht van een op zijn minst lauwe douche. Buiten waren ze de markt al aan het opzetten. We zijn met zn allen naar de dierenmarkt geweest, die een paar straten verderop lag. Het uitzicht op de bergen was voortreffelijk, de manieren waarop de dieren behandeld werden was verschrikkelijk. Moest ik geen vegetariër zijn, zou ik het daarna zeker geworden zijn. Ross, onze Engelsman, was van dezelfde mening, maar hij heeft het welgeteld één maaltijd uitgehouden denk ik. Het was alleszins wel uitzonderlijk om te zien dat ze daar werkelijk alle beesten verkopen, van lama’s, koeien, varkens, eenden, schapen tot katten en kippen. Vooral de varkens en zwijnen waren niet zo gesteld op hun nieuwe baasjes, krijsen en gillen is niet enkel bestemd voor meisjes laat ons zeggen. Later zijn we nog naar de lokale markt geweest, met leuke en kleurrijke prulletjes, spulletjes en kleding en daar hebben we ons lichtelijk laten gaan. Katrien en ik hebben onszelf een vrolijke muts gekocht voor wanneer we de Cotopaxi gaan beklimmen. Dus nu ben ik daar een beetje toe verplicht. Een leven tegen 2dollar, toch een eerlijke ruil, of niet soms?

In diezelfde namiddag zijn we naar het meer gegaan, het meer van San Pablo. Daar hebben we eventjes op een bootje gezeten, genoten van het uitzicht en het zonnetje. Het duurde jammer genoeg maar een kleine 5 minuutjes. De bootsman heeft ons gedropt aan de andere kant van het meer, van daaruit hebben we een lange wandeling gemaakt. Voorbij het meer, waar je een prachtig uitzicht had op de vulkaan, en langs de zijkant kon je mensen zien baden in de zijrivieren van het meer. Onze wandeling verliep verder door een nationaal park met een heilige waterval, cascada de Peguche. Deze waterval wordt een keer per jaar gebruikt voor het reinigen van de ziel, en als je dichtbij deze waterval gaat staan wordt je ook echt kloddernat. Het feit dat de wind veel water met zich meezwiert, zorgt voor een verfrissend en energetisch effect wat dus in verband staat met de zuivering van de ziel. Op de terugweg kruisten we een community van Indigenas, de oorspronkelijke bevolking. Dan zijn we doorgewandeld naar Otavalo, en werden we naar onze ‘eigen’community gebracht, met een truck zoals in Peking Express. Sommige zaten en sommige stonden in de truck, maar we keken allemaal naar de prachtige omgeving. De natuur is echt fantastisch hier. “Life at its purest”; het moto van Ecuador, en zeker niet gelogen.

In de community hebben we ons avondmaal verorbert, allemaal ‘speciaal’ eten, oorspronkelijk eten van de indegenas. Sommige hebben Cuy gegeten, de nationale specialiteit: hamster. Blijkbaar smakend naar knapperige, zoute kip als ik mijn amigos mag geloven. Verder was er nog maïs (choclo), geroosterde maïs (tostaras), supa, iets patatachtig, sla, en een lekker sapje. Later die avond zag mijn bed er nog aantrekkelijker uit dan tevoren, maar de matras was jammer genoeg enkel dik aan de zijkanten en ik heb dan maar gans de nacht op houten planken geslapen. Maar na onze fikse wandeling kon het mij amper schelen; ik durf te wedden dat ik bijna even goed geslapen heb als een dode. De volgende ochtend zijn we vertrokken naar het kratermeer van Cotacachi. Vanuit onze wiebelende truck hadden we er een verbluffend uitzicht op. Werkelijk imposant. Hier hebben we ook een tochtje met de lancha genomen, op het meer. Onze pick up truck is ons komen halen en dan zijn we naar Otavalo vertrokken. Vanuit Otavalo zijn we terug naar hometown, Quito, gegaan. En thuis aangekomen voelde het werkelijk als thuis.

Nu terug in Quito heb ik alweer enkele uren les achter de rug. De Spaanse lessen vorderen stilaan, hoewel ik af en toe knappe blunders maak. Ondertussen heb ik ook ontdekt dat mijn profesora Carolina heet, en niet Caterina zoals ik al de ganse tijd dacht. Ze was erg onder de indruk over een tekst die ik geschreven had, en ik ben nog steeds erg onder de indruk van haar uitbeeldkunsten. Er is niemand in de wereld die dingen zo fantastisch kan uitbeelden als zij. Vandaag was ze nogal verstrooid, wat haar nog net iets komischer maakte als anders. Haar verhalen over haar eetgewoonten en het afknippen van haar rastas tot het kapsel van een leeuw, tijdens haar zwangerschap, waren op zijn minst hilarisch. Morgen brengt ze foto’s mee van haar 2 kleine kindjes: Aaron en Cailan. Het wordt een conversatie van formaat, ik voel het nu al. Bizar is het blij te zijn om iemand te vinden die je zal missen binnen 5 maanden. Momenteel zijn mijn lessen niet enkel amusant, maar ook enorm leerrijk.

De bomma-vraag van alle vragen beantwoordt ik vandaag in het Spaans: “¡Hace mucho sol y tiene 25 grados!”. En nu ga ik de zonnecrème halen, want volgens mijn chicas begin ik te lijken op een zomerse versie van Rudolf the rednose reindeer. Niet bepaald elegant.

¡ ¡Entonces chicos: hasta luego! !

Besitos
Tessita

donderdag 5 februari 2009

i Chuta Madre !

Mijn eerste dagen in Ecuador zijn gepasseerd. Dat wil dus zeggen dat ik hier goed ben aangekomen, ondanks dat de heenreis niet zonder slag of stoot verlopen was. De pret begon in Zaventem, nadat ik mijn kruisverhoor van de Amerikanen achter de rug had, kon ik mijn bagage beginnen uitladen om mezelf wat lichter te maken. Want ipv 32 kg mocht ik maar 23kg meenemen; het bewijs van mijn eeuwige oplettendheid. Een boek en mijn voorraad Golden Power is al dat ik heb moeten afstaan, maar zoals jullie wel kunnen gokken was het een zwaar afscheid. Het achterlaten van het typisch Belgisch weer ging heel wat vlotter, hoewel ik het nog 2uur lang heb mogen vervloeken. Vertraging omwille van al die sneeuw en “de-icing” van het vliegtuig en weet ik veel wat nog allemaal. De vlucht met delta verliep verder heel vlotjes; de service in het vliegtuig was fantastisch. Die Amerikanen kunnen toch van alles iets speciaals maken; als je een water bestelde antwoordde de stewardess steeds met hetzelfde enthousiasme “excellent choice”! Ik vraag me af of ze na hetzelfde zou geantwoord hebben als ik voor de derde keer al struikelend en stotterend over mijn eigen zatte woorden nog een fles wijn zou besteld hebben. Het zal eeuwig een onopgelost mysterie blijven.

Eindelijk aangekomen in Atlanta, na een vlucht van 10uur, begon pas de echte miserie. We waren zowat het laatst uit het vliegtuig, zo droezig en wazig als iets, en moesten aanschuiven aan de douane. Het drievoud aan sloomheid van het NMBS-loketpersoneel op hun slechtste dag ooit en dan had je onze controleur. We hebben daar zeker een uur staan aanschuiven. Vingerafdrukken en stempels, dat was alles. Hoewel ze het nog gepresteerd heeft om bij Katrien een foutieve stempel te zetten. Ze verzekerde ons dat we onze vlucht nog zouden halen, omdat onze gate nog in hetzelfde gebouw was. Voorbij de volgende controle moest Katrien haar stempel in orde laten brengen, waardoor Valerie en ikzelf ruzie kregen met nog een andere dame van de controle. Die hield noch beleefdheid noch vriendelijkheid hoog in het vaandel, zoveel was duidelijk.

Eens we daar voorbij waren moesten we onze handbagage laten controleren. Controle, het begon meer te lijken op een striptease. Schoenen uit; poncho uit, riem uit, … laptop apart, maar ik had die (uiteraard) helemaal onderaan mijn koffer. Ondertussen zaten we in enorme tijdnood, en we hebben onze schoenen en jas terug aangetrokken. De rest vastgehouden en het gewoon op lopen gezet. Maar ondertussen was dus de gate al veranderd en moesten we 5 gebouwen verder zijn. Daarvoor moesten we de metro nemen, die constant stopte en er dus 4 stops teveel over deed naar onze goesting. Toen de deuren eindelijk open gingen hebben we het op een finaal spurtje gezet; twee eindeloze roltrappen naar boven met een koffer die eigenlijk te zwaar was om te tillen, en mijn laptop op de andere arm en mijn portefeuille in de hand. Daar aangekomen, mochten we gelukkig nog op het vliegtuig. We hebben letterlijk onze koffers weggezet, ons neergezet en het vliegtuig vertrok.

We hadden nog een vlucht van 5uur voor de boeg, maar gelukkig hadden we ieder ons eigen tvscherm. Heb een paar afleveringen gekeken van een aantal goede soaps en dan ben ik overgeschakeld op een “you don’t need no brains to follow this”-movie en daar was High School Musical 3 perfect voor. Als ik nog niet moe was, hielp de muziek alleszins om mijn slaperigheid te bevorderen, want ik heb amper het eerste en laatste kwartier gezien denk ik. De rest is een beetje aan mij verloren gegaan, maar ik kan niet bepaald zeggen dat ik dat spijtig vind.

Aangekomen in Quito, moesten we nog eens een dik uur aanschuiven aan de douane. Onze bagage wachtte ons hondstrouw op, en tegen een uur of 12 – half 1 s nachts konden we vertrekken vanuit de luchthaven. Gezien wij hier 6uur achterlopen, was het dus al een enorm lange dag. De man van Yanapuma wachtte ons op en zo zijn we vertrokken naar ons Student House, die goed te vergelijken valt met een kot. Het busje was de allereerste kennismaking met het Ecuadoriaans leven; een ijzeren koekendoos op wielen. Het had vanbinnen ijzeren buizen, met daarin kussentjes als zetels, het rook naar benzine en het sputterde als het reed. Geweldig. Onze straat heeft zijn charmes tussen alle grafiti door. Katrien en ik slapen voorlopig apart in een apart huisje, met eigen badkamer, keuken, slaapkamer en salon. Valerie slaapt in het huis, bij een Duitse op de kamer. Het is daarbinnen dan ook een Duitse invasie, iedere andere persoon is Duits, Hitler had het graag gezien. We vormen onze eigen oppositie met 3 Belgen, 2 lieve Noorse meisjes, een zeer knappe Engelsman, onze bovenbuur Larry de Amerikaan, en uiteraard onze kotmadam: Maria. Best een gezellige boel.

De allereerste dag werden we al gewekt door Vinnie van Yanapuma; hij kwam ons wekken met de boodschap: “you have to go to school”. Het lag in zijn voordeel dat ik nog steeds in een halve coma lag. “How about you let me sleep and I don’t kill you…”; het lag op mn lippen te branden, maar ik kan met enige trotsheid zeggen dat ik mezelf heb kunnen beheersen. We moesten ons dan nog klaarmaken in een 10tal minuten. Aangekomen in Yanapuma Foundation (zowel mijn toekomstige stageplaats, als de school waar ik les krijg) werden we onmiddellijk in het hol van de leeuw gesmeten. We kregen al anderhalf uur les. Privéles, dus face to face met een leerkracht die niet anders doet dan Spaans erdoor vlammen. Gelukkig voor mezelf heb ik het getroffen met de grappigste van de hoop; Caterina, en kunnen we met humor de taalbarrière nog wat dichten. Niettemin zorgt mijn afgeplat Spaans en/of haar teken-en uitbeeldkunsten af en toe voor een komische noot. Vandaag (dag2) heeft ze alleszins pluspunten gescoord: ze heeft me bijgebracht hoe ik ik mijn eigen knoeien kan benadrukken door een ferme “Chuta madre !”, of vrij vertaald: SHIT.

Zoals sommige al wel of niet weten ligt Quito op 2800 meter hoogte, met een prachtig uitzicht op de groene flanken van de bergen rondom. Jammer genoeg zorgt de hoogte ook wel voor een aantal bijwerkingen. Hoewel ik mijn slaaptoestand s nachts te vergelijken valt met het leven in een doodskist; blijf ik overdag vaak nog enorm vermoeid. De Spaanse lessen en de concentratie die ik daarbij nodig heb, plus het ontmoeten van minstens 10 nieuwe mensen per dag dragen hier wel enorm toe bij. Gelukkig zal ik er over een tweetal weken al aan gewend zijn. Het weer is al even wisselvallig als mijn slaperigheidsaanvallen. Vaak is de zon fel aanwezig, zowel in warmte als in licht, en dan af en toe komt er een bui en die duurt dan een 3tal minuten. Het leven hier in Ecuador valt waarschijnlijk te vergelijken als het gevoel dat een man bij een vrouw heeft; je weet nooit wat er volgend gaat komen.

Vanavond krijgen we kooklessen, wat beloofd spannend te zijn; want het is een avondje georganiseerd door onze school. Wat dus wil zeggen dat wij niets anders dan Spaans gaan mogen spreken. Ik hoop maar dat ze geen multitasking gaan verwachten; want voorlopig ben ik beperkt tot een mannenbrain. Het eten hier in de grote stad valt enorm goed mee, we hebben al verschillende restaurantjes geprobeerd en het eten was tot nu toe al heel lekker; en zelfs vegetarisch. Op de planning staat nog de Indische, Chinese en Mexicaanse keuken; en als we tijd over hebben: de Ecuadoriaanse (zoals vanavond). Het druist tegen alle verwachtingen in; maar honger zal ik hier niet lijden. In andere zaken daarentegen heb ik mijn verwachtingen wel moeten inlossen, en dat bezorgde mij letterlijk en figuurlijk een koude douche. Inderdaad, wij hebben hier geen warm water. Pijnlijke zaak, maar er is alleszins toch water. Geen drinkbaar water, nee dat ook niet, maar in een of andere vorm is het toch water. Raar, maar waar!

Dit weekend gaan we op uitstap naar Otavalo; een stadje nabij Quito. Eigenlijk zou ik mij eens moeten informeren bij de andere chicas wat we daar nu eigenlijk gaan doen; want ik kom net tot de conclusie dat ik weer enorm aanwezig was toen ik de planning heb gelezen. Ach, ik zal het alleszins wel merken. Voorlopig heb ik mezelf overtroffen; want ik heb niets thuis gelaten dat ik mee moest nemen (hoewel ik wel een dag heb gevreesd voor mijjn toiletzak, maar die heb ik in een zoektocht naar iets anders nog gevonden). Anywaym alles is mee, wel buiten mijn voorraad Golden Power, maar zoals eerder vermeld had dat niets met vrije wil te maken en alles met “lichte” dwang. Voor ik op mijn volgend avontuur vertrek ga ik diezelfde dwang toepassen op enkele dierbare vrienden, die ga ik dwingen tot ondervoeding, tot ze net genoeg wegen om in mijn koffer te passen! Voorlopig zou ik me daar echter niet te druk om maken; ik moet eerst dit avontuur nog overleven …

Hasta luego mi amigos !

Muchos besos