dinsdag 17 maart 2009

La Chimba - ¡ la aventura !

De weekenden zijn altijd wel wat, hier in Ecuador. Je weet nooit wat er komen zal, en de ene situatie is al wat levensbedreigender als de andere. Overleven doen we gelukkig altijd, maar de staat waarin we ons achteraf verkeren, dat is een andere zaak. Dat ik een kat ben met zeven levens, daar ben ik ondertussen ruimschoots van overtuigd !

Vrijdag zat de sfeer er hier al enorm in, we waren met 12 om het afscheid van Sam te “vieren”. Eten was er in overvloed, en dat maakte ons alleen maar vrolijker. Onze feeststemming werd door meneer de tijd al gauw de kiem in gesmoord. Weekend is immers een heilige periode – een beperkt strookje tijd zonder verantwoordelijkheden. Voor Katrien en mezelf betekende dit opstaan om 7u op zaterdagochtend. Onze bestemming dit weekend was La chimba, een community dichtbij het stadje Cayambe, dat zijn naam dankt aan de vulkaan.

Twee bussen en 2,5uur later hadden we de community bereikt. Onze plaatselijke gids begroette ons, en al gauw waren we op wandel. Onze eerste korte wandeling was rond het gebied van de gemeenschap zelf; een uitgebreid gebied dat ongeveer 2000 mensen huist. De natuur was gevarieerd en zoals altijd onuitputbaar mooi, en de temperatuur verrassend aangenaam. Vinicio had ons op voorhand gebrieft over de enorme koude die er kon heersen, en we waren dus allemaal onnodig ingeduffeld. Na ons middagmaal stonden we klaar voor onze paardrijdtocht naar de hotsprings. Alle 7 enthousiast, en vol geanticipeerd avontuur kropen we naast elkaar in de pick-up truck. Nog niet eens halverwege en ik voelde de regendruppels op mijn gezicht. Met een diepe zucht nam ik mijn regenjas en trok hem aan. Met mijn muts in de aanslag bleef ik naar het landschap turen. De druppels werden onaangenaam pijnlijk. Vrij logisch, we werden namelijk bekogeld met hagelbollen. We hadden vast een of andere God ongunstig gestemd door op zijn territorium te komen, want hij meende het – ferm stormweer met hagelbollen. Zonder aarzeling, en in volle vaart reed onze chauffeur verder, met ons in de laadbak,allen in dekking tegen de welgemeende aanval. Gearriveerd bij de paarden stond ik – kletsnat - een beetje met mijn ongeluk te lachen, en bestudeerde de gezichten van mijn medereizigers. Plots klonk er een luide knal en al gauw daarna kwam er een felle bliksemschicht die neer op de heuvel recht voor ons. Het kostte weinig overtuiging om algemeen tot het besluit te komen om terug te keren.

De rest van de namiddag hebben we gespendeerd voor het haardvuur met kaartspelletjes. Iets later besloten we nog een wandeling te maken door het dorpje. We waren nog geen kilometer ver, en we waren alweer beland in een regenbui. Het was echt ons dagje niet, dus besloten we maar om zo snel mogelijk terug te keren. Die avond moesten 3 mensen bij een plaatselijke familie slapen. Ik was best nieuwsgierig naar het leven van de mensen daar, en besloot samen met Roos en Michelle om bij de familie te overnachten. Een vriendelijk onthaal, dat mag al zeker gezegd worden. Zeker de twee kindjes waren ongelooflijk schattig, en waren vlug content gesteld met het herhalen van onze namen. Om 20uur ging de familie al slapen en bleven wij wat napraten in de keuken. Na een uur besloten we ook maar in bed te kruipen. Roos en ik deelden een bed, zodat we met 3 in hetzelfde gezin konden verblijven. Het bed zag er bedrieglijk comfortabel uit. Jezelf erop neerploffen en de illusie was zo opgelicht. De matras was zeker meer dan 130 jaar gebruikt geweest, en was enkel nog zacht aan de zijkanten. In theorie was er een matras, in praktijk sliep je op een rieten geweven ondergrond. Gelukkig was het bed voorzien van een degelijke stapel dekens om ons warm te houden, en in tijden van nood hadden we elkaar nog. Na een nachtje woelen, en een fijne nachtelijke conversatie was het al gauw weer tijd om op te staan.

Met wat wallen onder de ogen, en een stijve rug was ik nog verrassend wakker. We hadden gisteren de keuze voorgeschoteld gekregen – of paardrijden naar de hotsprings of de vulkaan beklimmen tot de sneeuwgrens. Ondanks mijn ontembare liefde voor paardrijden, besloot ik voor de vulkaan te gaan. Sneeuw, wel, dat was toch eens iets anders!
Met een bang hartje begaf ik mij naar de ontbijttafel, en daar stond waarvoor ik het meest vreesde – een bord soep. Het bijhorend stuk brood kreeg ik met lange tanden binnen, mijn drankje dat evengoed soepsmurrie was heb ik laten staan.

Aangekomen bij de rest van onze groep, nam Katrien mij bij de arm en leidde mij naar het stukje gras en wees de verte in. Ik kon niet zo heel goed volgen vanwaar het enthousiasme kwam, een hoopje wolken was immers niets nieuws. Ik tuurde naar de bergen voor mij, en kwam dan tot de vaststelling dat het geen mooie witte wolk was, maar een sneeuwbedekte berg waar ik naar keek. Cayambe, zo vertelde Vinicio ons. Het was indrukwekkend, zelfs van ver, ik was alleen maar blij dat we die niet gingen beklimmen, onze vulkaan lag immers in het zuiden. Wegens een druk schema kregen we nog enkele minuten om onze belangrijkste spullen bijeen te zoeken en geringe tijd later hobbelden we in volle vaart over de kasseien, op weg naar de paarden – om daar een deel van de groep af te zetten. De chauffeur van de pick-up truck liet zich geen seconde leiden door enige vorm van twijfel, en minderde geen vaart – noch bij dieren noch bij mensen. In tegendeel; het bijgeven van gas was de oplossing en deed enige vorm van wegversperring tijdig opzij springen. Aangekomen bij de paarden, klommen Junior, Anne, Michelle en Vinicio uit de truck.

Lisa, Roos, Katrien en ik bleven achter. Vinicio lichtte de gids in dat wij 4 meisjes de vulkaan wouden beklimmen. De gids herhaalde de zin maar dan op een vragende toon. Wanneer Vinicio bevestigde dat hij het juist begrepen had, fronste de gids en keek bedenkelijk in onze richting. Ik voelde me plots een stuk minder zelfzeker. Tijd om te bedenken kreeg ik niet, want de truck was alweer in volle vaart over de kasseien aan het hobbelen. De tocht naar boven duurde minstens een uur, en was niet zonder gevaar. Hij vlamde ervandoor alsof de duivel hem achterna zat, we kruisten bruggen die onterecht bruggen werden genoemd, en de afgrond kwam af en toe schrikwekkend dichtbij. Toch genoot ik enorm van het achtbaan gevoel, en het vrezen voor je leven maakte het enkel spannender. Mijn jas wapperde in de wind, en ik voelde de koude wind tegen mijn vel waaien. Mijn verkoudheid was eindelijk over, en ik had graag mijn jas gesloten, maar het was echt onmogelijk om je handen – al was het maar voor één seconde los – los te laten. Daarenboven was het uitzicht zo immens mooi dat ik mijn ogen er niet af kon houden. We passeerden het ene dromerig landschap na het ander, tot we uiteindelijk tussen de wolken en mist belandden. Tijd om mezelf neer te zetten.

Mijn hongergevoel begon stilaan te knagen en ik vroeg Lisa wat we mee hadden voor middagmaal. Ze keek me maar eigenaardig aan. Ik was blijkbaar – zoals gewoonlijk – niet op de hoogte van de planning, want we hadden helemaal geen eten bij. We zouden eten bij terugkomst – een 5uur verder. Geweldig, ik ging een vulkaan beklimmen met één miezerig broodje op mijn maag. De truck schokte verder over de bergwegen, en het verstand werd stilaan terug in mijn lijf geschud… ik ging een VULKAAN beKLIMMEN. Mijn enige hoop rustte op onze truck – die ging ons hopelijk tot de sneeuwgrens brengen.

Maar helaas - zoveel geluk had ik niet. Al gauw bereikten we ons beginpunt van de wandeling: Antennas, een plaats die zijn naam leent aan de vele elektriciteitsmasten. Met opgewekte stemming begonnen we aan onze wandeling. Enkele minuten later konden we de sneeuwbedekte top van de vulkaan bewonderen; het was echt betoverend mooi. Ik had nooit verwacht zoiets prachtigs te zien. Zelfs foto’s in de reisgidsen deden af aan haar schoonheid. De vulkaan die ik die ochtend in de verte zag glinsteren, daar stond ik nu recht voor. “Klaar” om ze te beklimmen. Met een totaal van 5790 meter, was ik al maar content dat we niet gingen pogen de top te bereiken. We hadden een wandeling van 3uur heen, en 2uur terug voor de boeg, en ik probeerde mezelf mentaal voor te bereiden op heel wat stijgen. Iets waar ik een gegronde hekel aan heb.

Ik was netjes ingeduffeld, 4 lagen kleding, en een muts tegen de wind. Het tempo vlotte, en we geraakten al gauw dichterbij de sneeuwgrens. De ondergrond varieerde naarmate de wandeling; het begon met wat gras, dan dikke hopen mos en vetplanten, tot rots- en grindachtige bodem. Voor de werkelijke klim begon hielden we even halt bij een rivier, die smeltwater bevatte. Hier vulden we ons flesje, rustten even en begonnen aan onze stijging. Voor de eerste keer kon ik het hoogteverschil voelen in mijn hoofd, wanneer ik – op handen en voeten – naar boven aan het klimmen was en een seconde naar boven keek dan voelde ik de hele wereld draaien. Best gevaarlijk, want naar beneden storten hoorde niet bepaald tot de weekendactiviteiten. Het klimmen was ongelooflijk zwaar en vergde veel energie. Vele stenen zaten los en maakten elke stap tot een weloverwogen stap.

De wolken hingen in het bergachtig landschap en maakte het zicht beperkt tot een aantal meters. Het leek grotendeels van de tijd alsof we ons verder verwijderde van de sneeuw, simpelweg omdat andere routes niet te beklimmen waren. Tijdens een van de vele rustmomentjes, zag ik plots een condor uit het de grijze lucht verschijnen. Hij liet zich zweven op de mistbanken, cirkelde even rond en verdween dan in het niets. Zeer indrukwekkend, en zeker een van de hoogtepunten die dag. Na een hele lange tijd klimmen – nog steeds noodzakelijk op handen en voeten - zakte de moed mij volledig in de schoenen. Ik voelde me heel licht in het hoofd en had het gevoel dat ik na enkele meters moest stoppen – om mijn ademhaling en hartslag terug in een normaal ritme te krijgen. Volledig omsingeld door mist, kon ik enkel Roos en Lisa nog zien. De gids, die ons water en koekjes mee had, was in de verste verte niet meer te bespeuren. We wisten niet goed in welke richting we moesten lopen, maar verder omhoog leek ons het antwoord op alle vragen.

Het werd mij weer helemaal duidelijk waarom ik zo vaak vloek terwijl ik een berg opklim. Net wanneer je denkt aan het einde van de klim te zijn, komt er nog een hele lange weg aan. De klim werd enkel zwaarder en ik had het gevoel dat alle energie uit mijn lichaam was gelopen. Zelfs toen Roos riep dat ze de gids en Katrien kon zien, kon ik mezelf niet sneller doen gaan dan een winkelcentrum-slenter. Dankzij de werking van echo’s kon je makkelijk communiceren door “in het niets” te roepen, en te luisteren naar het tweevoudig antwoord. Katrien wou graag weten of we het nog zagen zitten om verder te klimmen, want de sneeuw was nog een eindje weg. Op dat moment wou ik gewoon zitten en huilen, we hadden al uren geklommen en de sneeuw bleef weg. Mezelf opnieuw hoop geven dat de sneeuw achter deze “top” lag, kon gewoon niet meer. Het was al lang niet meer geloofwaardig. Ik plofte mezelf neer op een steen, naast Roos en Lisa. Het enige waar ik nog fut voor wou opbrengen was het pijnigen van onze gids, Ryan. Die wandelde nog steeds vrolijk en onvermoeibaar rond, alsof hij vuurwerk in zijn kont had steken. Hij fluitte de ganse tijd, terwijl ik amper genoeg lucht in mijn longen had om te ademen. Het werd een algemeen groepsoverleg om te kijken of we nog verder zouden klimmen; het zou nog een 1500meter naar de sneeuwgrens zijn. Een dikke kilometer op een zeer steile helling. Iedereen neigde meer naar het terugkeren, we hadden immers een hele lange afdaling voor de boeg.

Maar opgeven zit nu eenmaal niet in mijn bloed. Ik heb Roos kunnen ompraten tot het ondernemen van een laatste poging tot het halen de sneeuwgrens. Op een of ander miraculeuze wijze had ik mijn ‘second wind’ gekregen en vond ik deze stijging zo zwaar niet meer. Na nog een wandeling van 20minuten, en het nogmaals verliezen van onze gids, besloten Roos en ik het voor bekeken te houden. Ryan was een heel eindje verder en had nog steeds geen sneeuw gevonden. Op 4200 meter hebben we onze wandeling gestaakt, en wachten we op Ryan. Ik kreeg een acute aanval van hysterie en kon niet ophouden met lachen. Plots vond ik het allemaal dolkomisch. De weergoden hadden het te doen met mij, en besloten mij toch een beetje geluk te gunnen. Het begon te sneeuwen. Het was niet wat we gehoopt hadden, maar na een vermoeiende tocht zagen we toch eindelijk wat sneeuw.

Na een tien minuten stond hij weer bij ons – al lachend en even gek in zijn hoofd als anders. De fysieke inspanningen hadden hun terugslag op ieder van ons – ik werd er op zijn minst agressief van, maar Ryan die verloor alle contact met de werkelijkheid. Zijn onmogelijkheid tot inschatten van tijd, afstand, en moeilijkheidsgraad waren daar reële bijwerkingen van. Zijn wegen waren vaak omwegen, en niet altijd even veilig. Het amper kunnen bewegen van onze lichaamsdelen waren voor hem enkel een amusementsfactor, waardoor ik begon te geloven dat hij van al die hoogte nog meer sadistisch werd dan ik. Hij wou absoluut dat we nog verder klommen naar boven, en toen de mist een beetje opklaarde konden we voor enkele minuten de sneeuwgrens zien. Het moment duurde lang genoeg om er zeker van te zijn dat het geen hallucinatie was. De sneeuw lag dicht genoeg om te zeggen: “we waren er bijna”, maar te ver om de klim verder te zetten.

Met spijt in het hard moet ik dus toegeven dat we de sneeuwgrens niet gehaald hebben. We hebben alleszins een verdomd mooie poging ondernomen. Het was niet gemakkelijk om op te geven, zeker niet wanneer je weet dat je over een half uur tot uur de sneeuw zou bereikt hebben, maar met een minimum aan voedsel en een 4 à 5 uur stijgen was er geen energie meer over voor de verdere beklimming en de volledige afdaling van nog een 3tal uur. We besloten dan maar, na het van dichtbij bewonderen van de sneeuwgrens, om af te dalen. Dan pas beseften we dat we een heel eindje hadden afgelegd en dat we een ongelooflijke beklimming achter de rug hadden. Beneden aangekomen, wierp ik een blik naar boven en verklaarde mezelf gek, de weg naar boven was hels. Ik kon niet geloven dat ik dat ik zo gestoord was geweest om het zelfs nog maar te proberen, laat staan om verder te gaan dan ik – zo van op afstand – mogelijk zou schatten.

Met enorm veel pijn op alle mogelijke (en onmogelijke) plaatsen kropen we terug in de truck. Yoga was de oplossing voor alle opgedane stress en pijn, en na de rit was ik min of meer terug mezelf. Achteraf gezien – en vooral gelezen – was het een absurde onderneming, die wij als vier meisjes tot een relatief goed einde hebben gebracht. Dat ik mezelf niet wil laten kennen, zit nu eenmaal in mijn karakter, maar dat ik daar ongelooflijke ervaringen door meemaak werd dit weekend weer duidelijk.

“For climbers with greater technical experience the volcanoes of Cayambe (5790 meters), Cotopaxi (5900meters) and Chimborazo (6310meters) are the main attractions.
Cayambe is the most difficult of the three peaks, but also perhaps the most beautiful, with its rugged glacial terrain and views of the Oriente rainforest” – Insight Guides

“At 5790meters the extinct Volcán Cayambe is Ecuador’s third highest peak and the highest point in the world through which the equator directly passes – at about 4600m on the south side. The climb is more difficult than the more frequently ascended peak of Cotopaxi” – Lonely Planet

We zijn misschien niet tot de top geklommen, en zelfs niet tot de sneeuwgrens - but we gave it our all – en daar ben ik enorm trots op !

¡ Ciao !
Muchos besitos xxx

¡ Coming up next week: relaxing at Canoa beach !

Geen opmerkingen:

Een reactie posten