woensdag 11 maart 2009

Mindo as tropical paradise

Zaterdagochtend 7u werden we door Andy, mijn stagepromotor, begeleidt tot aan het busstation. Een korte blik op Andy's levendige gezicht, en je wordt spontaan vrolijk! Dankzij zijn hulp zaten we binnen de kortste keren op de eerste beste bus richting Mindo. Na 2,5uur reizen kwamen we aan in het dorpje dat bekend staat voor zijn verscheidenheid aan vogels. Gelegen op 1250m kwamen we in een totaal ander landschap terecht. Door het tropische klimaat waande ik mezelf al gauw in de jungle.

Onze gids Fernanda wachtte ons op aan ons hotel, Biohostal, die nog maar half afgewerkt was. Deze hostal had nog geen dak en de wc beneden was afgesloten met een douchegordijn. Samen met 4 andere meisjes (Sam van Canada, Lisa van Duitsland, Valerie & Katrien) deelde ik daar een kamer, en iets verder was de slaapkamer van Roberto, de Canadese man van het gezelschap. Eerst op de planning was een korte wandeling door Mindo. Het dorp ligt ten Westen van Quito, en is eigenlijk maar een zakdoek groot. Na deze korte wandeling was het tijd voor onze almuerzo, een smakelijke maaltijd met soep, een salade en als postre een overheerlijke brownie. Al deze bronnen van goed energie waren nodig om onze hike tot een goed einde te brengen. Door de ongelooflijke warmte hadden we onze gids overtuigd om naar een waterval te wandelen, eentje waar we konden zwemmen… Uiteraard was de warmte al een behoorlijk deel geslonken na ons middagmaal, en stonden de wolken op een heftige regenbui.

We vertrokken in een chiva, een open bus vooral bestaande uit hout, dat over de weg hobbelde tot aan de ingang van het park waar we moesten zijn. Hier dienden we een hele weg naar beneden te wandelden en kruisten een waterval, en iets verder kwamen we dan terecht bij een rivier om in te zwemmen. We kleden ons uit, en wandelden een stukje verder, waar we op een stenen schuifaf– zonder terugweg - het water werden ingeloodst! Er was een gids aanwezig die ons toonde hoe we dit moesten doen, want met Gringo’s weet je immers nooit. Onze Roberto beet de spits af en je zag hem met een fikse snelheid de glijbaan afsnellen, met een vette klets het water in. De gids legde het ons nog eens uit, het is heel belangrijk dat je de handen aan de randen vasthoudt tot aan het groene gedeelte. Als je dan het water inkomt zwem je naar het touw toe, en vooral aan de linkerkant blijven. Niet al te moeilijke instructies dus. Sam, Katrien en Lisa volgden en gehoorzaamden netjes. Het zag er allemaal zo gemakkelijk uit. Slakkentempo tot aan het groen, lossen en snelheid maken. Ik had er zin in. Nu was het mijn beurt. Brrrr wat was het water koud. Ik grijnsde nog eventjes naar de jongen achter mij, en zette mezelf neer in het koude water. Handjes stevig vast en gaan.

Het water had meer kracht dan verwacht en sleepte me met nogal een vaartje mee, en voor ik het wist had ik mijn handen al losgelaten. Uiteraard een aardig stuk voor het groene gedeelte. De kracht van het water deed mijn lichaam sneller gaan dan verwacht, en mijn handen gleden niet mee, dus uit pure noodzaak moest ik wel loslaten. Voor ik het wist zigzagde ik van de ene kant naar de andere kant van de glijbaan, al smekend tot God om maar niet over de rand te vliegen. Ik was ervan overtuigd dat ik sneller vooruitging dan snelheidsduivels op de autosnelweg, en voor ik het wist naderde het einde en werd ik met een extra zwier af de stenen glijbaan geslingerd. Ik kwam in het water terecht met een goeie knal, en bovengekomen had ik geen lucht meer in mijn longen. De gids stond een eindje verder bij het touw, en riep me toe dat ik meer naar links moest zwemmen. Ik had een goeie borrel genomen en deed ‘n poging tot hoesten. Slecht idee. Dan maar een poging tot ademen. Graag, maar dat bleek onmogelijk. Gewoon blijven zwemmen dus. Mijn overlevingsinstinct gaf het ene commando na het andere. Ademnood nam grote proporties aan, tot de gids mijn hand vast nam en mij uit het water trok. Ik hoestte en hapte naar adem. Iedereen keek me bezorgd aan, en vroeg of ik het wel goed stelde. Ik bibberde op mijn knieën en snakte nog levenslustig naar meer lucht. Iemand merkte op dat mijn neus bloedde. Mijn lichaam had inderdaad een ferme opdoffer gekregen, en ik wou eventjes van de shock bekomen.

Voor ik het wist stond ik alweer boven, klaar voor de nieuwste kick. Vlak naast de glijbaan stond een uitstulpje van een rots, ideaal om af te springen. De gids deed dit met het grootste gemak van de wereld voor, net zoals Roberto die zonder twijfelen volgde. Wat leek het gemakkelijk wanneer zij het deden. Lisa en Katrien waren niet te overtuigen, wegens gegrond hoogtevrees. Sam wou er graag springen, maar bleef angstig omlaag kijken. Het was inderdaad een flink eindje naar beneden. Ondertussen stond Roberto al terug boven, met opengereten benen, hij had rotsen geraakt toen hij naar beneden ging. Mijn durf was plots niet meer te bespeuren en ik was blij dat Sam ook twijfelend heen en weer stond te wiegen. Ondertussen regende het steeds feller, en de gids waarschuwde ons dat we gauw moesten springen omdat de rivier drastisch in kracht aan het toenemen was.

Een minuut later had hij alweer zijn sprong gewaagd, en was het aan Sam en mezelf. Roberto en mezelf legde wat sociale druk op Sam en plots was ze verdwenen. Ze sprong met enige twijfel, waardoor we wat bezorgd achterbleven, je moest immers een goede sprong nemen om de rotsen niet te raken. Maar voor ik het wist, zweefde ik zelf al in de lucht. Om enkele seconden later met veel gekriebel in de buik in het water te belanden. De gids had niet gelogen, want veel tijd om te bekomen had je niet; de rivier trok je met een goede snok mee in haar richting. Maar met een beetje hulp van onze liefste gids, stond ik in de kortste keren naast Sam, die overgelukkig was dat wij met zijn tweeën de moedige gringa’s vormden. Dolenthousiast, en al bevend van adrenaline gaven we elkaar een welverdiende knuffel. Het was een moment vol glorie! Al gauw stonden onze andere avonturiers aan onze zijde, vol met aanprijzingen van onze durf. Ze waren allen wat verbaasd over het feit dat we toch onze sprong hadden gewaagd. Wanneer moeder natuur zoiets schoons maakt, speciaal voor mensen met lichte zelfmoordneigingen, dan is het toch maar onbeleefd om dit te weigeren, of niet soms?!

Nadat we onszelf wat afgedroogd hadden vroegen we aan Fernanda wat de plannen waren. Ze vertelde ons dat we nog eventjes de waterval konden bezoeken. Ieders gezicht vertrok tot een frons; de waterval hadden we toch ’n stuk eerder al gezien? Benieuwd klommen we haar achterna. Na een klimpartij over wat steile en afgebrokkelde rotsen, bleek dat de rivier zijn natuurlijke koers naar rechts uitkwam bij een waterval. En het was weliswaar een heftige versie, want het water stroomde er zonder aarzelen in een forse vaart af. Ik slikte eventjes bij het zien van dit groot gevaarte. Als ik ‘mijn afslag’ naar links dus niet gehaald had, had ik netjes van deze waterval gestort. Dat maakte onze sprong nog een stuk avontuurlijker / gevaarlijker dan we ons bewust waren… Zoals Roberto al zei, ze nemen het hier niet al te nauw met veiligheidsvoorschriften e.d. Het moet immers leuk blijven. Maar de kleine aanwijzingen die ze je dan toch opleggen, kan je best wel volgen. En zelfs dan slaagde ik erin om ze in de wind te slaan. Niet zo verstandig bleek achteraf, maar ach, met een flinke portie spierpijn ben ik er lichtjes vanaf gekomen. Zeker wanneer je weet dat mijn andere optie de lustige waterval was!

Doorweekt klommen we terug naar boven waar onze chiva ons op stond te wachten. Het tropisch regenweer had immers al flink aan proportie toegenomen. Maar ondanks het koude rivierwater, de tropische regen en de algemene vochtigheid, was de temperatuur nog heel aangenaam. Terug in ons hostal, was het tijd voor een douche. Als enige van de hele bende heb ik het voor elkaar gekregen om weer de portie koude water over mij heen te krijgen. Daar sta ik hier immers voor bekend. Later die avond zijn we in een Afrikaans schotsachtig restaurant Pizza gaan eten, dat smaakte! Na onze kostelijke maaltijd, hebben we een pyjamaparty gehouden op onze kamer. Twee flessen wijn en een kaartspel, net wat je nodig hebt voor een avondje plezier! Mijn coördinatie was die avond compleet naar de vaantjes, en dat zorgde voor extra vermaak. Volgens mij heeft het alles te maken met mijn val die dag. Dat verdient toch een beetje medelijden, of niet soms?

De volgende dag waren we er op tijd uit. We hadden een mooie wandeling voor de boeg, op weg naar het vlindermuseum. Het vlindermuseum was prachtig. Je kon zien hoe de cocons van verschillende soorten eruitzagen, dan binnenin de tuin kon je zoveel mooie types vlinders bewonderen. In alle maten, kleuren, figuren, … Ik heb mijn ogen uitgekeken. Net buiten het museum stond een camionette klaar. Ready or not, het was tijd voor tubing.

Tubing is een watersport, het bestaat uit 8 rubberen opblaasbanden die aan elkaar gebonden zijn, hier ga je dan opzitten, en je houdt jezelf stevig vast terwijl je af een wilde rivier stort. Een tiental minuten later stonden we in reddingsvest en helm klaar, angstvallig naar de rivier te gluren. Het had wel geholpen als Vinicio niet op voorhand had vermeld dat we niveau 4 gingen trotseren. Niveau 4 zegt jullie waarschijnlijk niks, maar jullie begrijpen de paniek vast beter wanneer ik erbij vertel dat er maar 5 niveaus zijn, en dat 5 het hoogste is. Twee gidsen gingen ons vervolledigen en voor we het wisten waren we al meters ver de rivier af aan het snellen. Het was ongelooflijk, we repten af die rivier alsof ons bestaan ervan afhing. Vele momenten heb ik voor mijn leven gevreesd, des te meer bij het gadeslaan van reusachtige blokken rots in het midden van onze weg. Maar voor ik mijn schietgebedje kon doen, was onze band er al in volle vaart over geklommen. Je kwam dan met zo’n smak neer in het water, dat je tot je nek ondergedompeld werd in het water, en dan vlotjes terug bovenkwam. Op zo’n momenten heb ik de longen uit mijn lijf gegild. IJSkoud was het water, als we niet zo snel bewogen, had ik ter plekke vastgevroren. De kick daarentegen bracht al gauw wat kleur en warmte terug in je onderkoelde lichaam. Jammer genoeg was de pret na een twintig minuutjes al over. Het had zijn voordeel want na deze korte periode was mijn hand al bijna één geworden met het touw. Zo krampachtig hield ik mezelf vast. Het was een echte belevenis, je overwint immers niet elke dag watervallen en kanjers van rotsen!

De rest van de dag ging er rustig aan toe; met een bezoek aan een tuin vol kolibries en een vijver die het meer van Mindo genoemd wordt. Ergens in die tijd zijn we massaal aangevallen geweest door de muggenkolonies van Mindo. Het lijkt wel alsof we de mazelen hebben. Drieëndertig muggenbeten heb ik op mijn linkerbeen, het moet een zwaar vreetfestijn geweest voor die mormels daar. Je kan het ze natuurlijk niet kwalijk nemen want het leegzuigen van een Gringo levert vast wel een extra 100 punten op.

Het avontuur zit nog steeds een beetje in mijn bloed, want dinsdag ben ik samen met Sam en Katrien naar de kapper geweest. Met ons casi-Spaans hebben we de kapster duidelijk gemaakt dat we ‘los puntos’ van ons haar wouden. Ze knikte en voor ze aan ons haar begon liep ze achter een scherm en draaide de TV onze richting uit. Ze begon met het natspuiten van mijn haar, wat naar mijn gevoel maar weinig effect had. Dan nam ze de borstel en begon energiek door mijn krullen te kammen; een pijnlijke zaak. Vervolgens ging ze stevig te werk met haar schaar en kam. Af en toe begon ze luid te lachen met haar blik op de tv. Vast een of andere absurde soap zoals ‘Pasiones Prohibidades’, nog een categorie erger dan ‘Mooi en meedogenloos’. Opnieuw zette ze haar schaar erin en ik zag massa’s droge punten naar beneden vallen. Voor zover mijn lang haar. Zolang ze haar blik maar op mijn haar hield terwijl de schaar erin stond, hoorde je mij niet. Zoals alle kapsters had ze een ongezonde portie curiositeit en daar ging ik niet gauw aan ontsnappen. Vragen van alle aard, in een vreemd Colombiaans accent waarvan ik niet zo heel veel begreep. Gelukkig duurde het knippen niet zo lang, en kon ik na een vijf minuutjes opgelucht ademhalen toen ik besefte dat ze nog wat haar had overgelaten. En trouwens, een ‘carréke’ voor $2, een echt koopje zeg maar!

Muchos besitos xxxx

♥ Ecuador!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten