In Ecuador ben ik als een kat met 9 levens. Tot die conclusie ben ik gekomen na mijn zoveelste bijna-dood-ervaring. Om een of andere onverklaarbare reden heb ik het donkere en onbewuste plan om hier te sterven, zo lijkt het toch. Mijn negen levens benut ik hier ten volle, misschien vandaar dat ik het gevoel heb dat ik hier al meer geleefd heb dan in mijn 22jarig Belgisch bestaan.
Een druk, gevuld en geweldig leven leid ik hier in Ecuador. Een 24 uur recupe kreeg ik na mijn verlengd weekendje kust, en dan was het tijd om op het vliegtuig te stappen. Bestemming: Galápagos eilanden. Ik had er zin in, zoveel was duidelijk. De vlucht verliep vlotjes, en tijdens onze stop in Guayaquil zaten we allen op het puntje van onze stoel tot we Samantha in de verte zagen opstappen. In San Cristobal was het een overgelukkig weerzien. Door al ons gegil, schel gekwekkel en overenthousiasme waren we de laatste op de bus. Onze groep bestond uit 17 mensen; waarvan 6 Belgen (Valerie, Katrien, Kathleen, Daniela, Pieter en ikzelf – niet toevallig allemaal bekenden), Julia uit Wales met haar ouders (Mmmyeah! Lush!), Samantha (ons Canadeesje, en alom bekend als mijn Ecuaodoriaanse zus vanwege de vele gelijkenissen), Paul in typisch toeristenoutfit die we kenden vanuit Yanapuma, de twee franstalige Canadezen met hun omverstaanbaar Frans dat niet zou mogen kwalificeren als deel van een wereldtaal, en dan nog de 4 feestvierende Israeliërs die – volgens mij - de coolste taal ter wereld spreken (Hebreeuws)! Voor 16 mensen wordt 1 gids voorzien, en met een totaal van 17 kregen wij er lekker twee! Ben was de gids met overvloedig veel boeiende informatie, terwijl Xavier als trouwe sidewinger instond voor de gekke bekken.
We begonnen onze tour op een vrij rustige wijze, met als eerste het interpretation center dat vooral geapprecieerd werd voor zijn koelte. De Galápagos eilanden hebben een immens warm klimaat, met 30graden als gemiddelde. Later hebben we nog een ganse wandeling gemaakt, met enkele prachtige uitzichtspunten en een Charles Darwin standbeeld (met immense handen) dat stond op de plaats van eerste aankomst. Een belangrijke levensles vond dan ook hier plaats; een mens heeft wel degelijk behoefte aan vocht en dat is geen kwestie van willen. Na ongeveer 30minuten stappen was ik compleet uitgedroogd en kon ik enkel nog maar lonken naar de fles water die de Canadezen onder ons bij hadden. Mijn geduld werd beloond, want na een uur kreeg ik eindelijk mijn hoogst persoonlijk flesje water te pakken. Mijn liefde voor water herontdekt.
Ons hotel op San Cristobal was een droom, de kamers waren gigantisch net zoals de douches en er was een overheerlijk zwembad dat de zon een ganse dag had opgewarmd. Die nacht had ik – zonder meer – machtig geslapen. De volgende dag stond er wat sport op de planning. Een wandelingetje naar een freshwater-craterlake, dat plots uit het niets bleek op te duiken. Het is de enige plaats op Galápagos waar de frigetbirds zich baden, vanwege hun lichte bouw mogen ze zich immers niet baden in zout water. Een wandelingetje rond het meer en dan was het tijd voor een mountainbike-tochtje. Ik hield mijn hart al vast, want een fiets en ik lijken haast natuurlijke vijanden. Helmpje op, remmen getest en met verse moed gingen we met zijn allen de baan op. Ze hadden ons ingelicht dat de ganse weg bergaf zou zijn, en daar keek ik naar uit. Eigenlijk vond ik het best nog prettig; een ferm vaartje naar beneden met de wind in de haren en genieten van het mooi uitzicht, daar kon ik wel mee leven. Dankzij mijn oplettendheid was ik ondertussen op losgekomen grind terecht gekomen en begon mijn fiets druk van links naar recht te schommelen. Vond ik iets minder leuk; misschien tijd om wat vaart te minderen. Maar uiteraard hoe meer ik remde, hoe meer mijn fiets zin kreeg om niet aan mijn wensen te gehoorzamen. Ondertussen was ik al niet meer op de weg aan het rijden, maar steeds meer richting struikgewas. Tijd om dringend snelheid te minderen, een iets forsere kneep op de remmen en het metalen monster smeet mij recht de bosbesstruiken in.
Zo ongelooflijk typisch mezelf; want ik weet dat ik niet mag fietsen. Een heus spektakel voor zij die achter mij kwamen, hoorde ik zo achteraf. “Wow girl, you went flying!”, om Julia te quoten. Mijn reisgenootjes die het geluk hadden mijn vlucht gezien te hebben besloten tegen mijn aanraden in om toch maar te stoppen. Ondanks mijn overtuiging dat alles in orde was, geraakte ik onmogelijk onder die fiets vanuit. Dan besloten mijn benen alle adrenaline te absorberen en te trillen alsof er net een aardbeving onder mij bevond. Met wat hulp ben ik rechtgeraakt, en moest ik onmiddellijk de auto instappen. De struiken hadden zich uitgeleefd; mijn arm, en vooral linkerbeen was volledig bedekt onder het bloed van de talloze modernistische schrammen.
Aangekomen op onze bestemming kreeg ik een hele opknapbeurt; waarbij ik doornvrij werd gemaakt. Plots zie ik Sam op mij afsnellen; ze was ook van haar fiets gevallen en had haar schouder over de asfalt geschuurd. We zagen er wel degelijk badass uit. Terwijl de rest naar het schildpaddenkweekcenter ging, werden Sam en ik naar het plaatselijk ziekenhuisje gebracht voor het uitkuisen van onze wonden. Het ziekenhuis bestond uit ongeveer 3 ruimtes, een waar een vrouw lag te sterven, een waar wij werden gemarteld en nog een ander die volgens mij gebruikt werd voor het opslaan van hun vervallen alcohol. Sam werd eerst onder handen genomen, en dan pas mocht ik de martelkamer binnengaan – vast zodat ik het gegil niet kon horen. De verpleegster was uiterst sereen en deinsde niet terug voor het ijverig uitschrobben van elke schram. Het meest pijnlijke werd nochtans de verwijdering van een doorn in mijn knokel. Die had zich volledig genesteld onder mijn vel, en had 3 verschillende pincetten nodig voor hij zijn strijd opgaf. Zo heb ik er achteraf nog 3 ontdekt in mijn pink, een aan de binnenkant van mijn hand,een aan mijn pols en een laatste in mijn bovenarm; stiekem heb ik toch plantenonderdelen kunnen uitvoeren uit Galápagos. Zoals ik al zei: badass!
Ondertussen zijn mijn schrammen netjes geheeld en heb ik nog wat ik met enige trots (en vooral verbeelding) mijn tijgerstrepen noem. Na verloop van tijd vormde er op mijn been nog een kanjer van een blauwe plek, die nu haast volledig weggetrokken is en met een beetje goede wil lijkt op een tattoe van The ring of fire. Zo vind je er geen twee hoor! Die namiddag ben ik nog twee maal gaan snorkelen, beide keren met een bang hartje bij het springen in zee, maar gelukkig pikten de wonden nog amper. De eerste snorkel, in Kicker Rock, was machtig! Kicker Rock is een gigantische rots die volledig in twee is gespleten,en in deze kloof zouden haaien te vinden zijn. Het is mogelijk om ze te zien zei Ben, maar echt overtuigd klonk hij niet.
Valerie en ik waren de laatste in het water, en zwommen op eigen tempo de groep achterna. Plots kijkt Valerie me aan met grote ogen en piept iets over een haai, waarbij ik begin te lachen. Jaja, “tuurlijk was er een haai” dacht ik bij mezelf, en daarenboven was haar gelaatsuitdrukking gewoon te grappig om serieus te kunnen blijven. Haar ogen werden groter, en ik moest onmiddellijk denken aan de grote boze wolf, waardoor ik nog net iets luider begon te lachen. Niet in dank afgenomen riep ze me nogmaals toe dat ze echt een haai zag. Ik had weinig zin om haar te geloven maar ze bleek wel vrij serieus te zijn. Ik kijk naar beneden en zag niks, dus haalde mijn schouders op en verklaarde haar stiekem voor gek. Paar seconden later keek ik nog eens door mijn snorkelbril en zag enkele meters onder ons een haai zwemmen. Nu was ik degene die piepte en haar reactie was er eentje vol angst – die ik volledig begreep. We waren met haaien aan het zwemmen, echt bangelijk!
De tweede snorkel was voor mij iets aangenamer, gezien ik niet elk commando van mijn overlevingsinstinct moest zien te onderdrukken. Lobos Island was een kleine baai dat stikte van de zeeleeuwen en mooie kleine kleurrijke visjes. Als je de zeeleeuwen op het land ziet, dan kan je je lach niet onderdrukken: ze lijken gewoon zo lomp, sloom en vooral onhandig. Ze kruipen, struikelen, manoevreren en mislukken, maar eens ze het water raken zijn ze ongelooflijk elegant, behendig en onvoorspelbaar snel. Ze zijn dol op spelen en zijn uiterst nieuwsgierig, zo zwemmen ze tot enkele centimeters van je neus en als ze genoeg gezien hebben zijn ze weer vertrokken. Hier hebben we ook voor de eerste keer een reuzewaterschildpad gezien, die lag wat te dutten op de bodem: indrukwekkend!
Die avond waren we allen voldaan; wat een ongelooflijk prachtige dingen dat we wel niet gezien hadden! Ik heb echt mijn ogen uitgekeken ... zo fantastisch allemaal ! Jammer genoeg kwam er die avond nieuws uit Quito die een aardige domper op de feestvreugde was. Toen Katrien mij riep met de telefoon in de hand, dacht ik voor een enkele seconde dat het Luis was die mij belde maar toen ik haar snuitje zag wist ik onmiddellijk dat er wat schorde. Roos belde van thuis om te vertellen dat er in het huis was binnengebroken, en dat onze kamer was leeggehaald. Koffers opengebroken; laptops meegenomen, $200 dollar van Katrien en mijn gsm weg. Die avond zijn we onmiddellijk onze kaarten gaan blokkeren, en vooral geprobeerd om de shock te verwerken. Was niet zo een goede dag om Tessa Frijters te zijn, dat stond als een paal boven water!
De volgende ochtend voelde ik mij eigenlijk nog het slechtste, en had wat tijd nodig om bij te draaien. Net zoals na mijn val was ik op een rare manier blij dat ik mijn ongeluk met iemand kon delen, dat iemand begreep hoe ik mij voelde. Door deze 3 maanden, en zeker in Galápagos, heb ik met Katrien en Sam het een en het ander meegemaakt. Wel, zoiets moet toch een band scheppen?! Op onze boottocht naar Floreana kreeg ik mijn absoluut dieptepunt; de benzine van de boot was mij immens misselijk aan het maken en ik stond op punt van extreem zeeziek te worden. Ik was ervan overtuigd dat ik een geelgroen kleurtje had gekregen, en de snel opvolgende boeren beloofden alleszins niet veel goeds. Tom, de grappige Israeliër, merkte mijn toestand op en gebiedde mij naast hem te komen zitten, in de frisse wind en mijn ogen op niets anders dan de horizon te houden.
In een waas hoorde ik iedereen enthousiast door elkaar roepen; wat over een dolfijn. Ondanks de geslonken misselijkheid durfde ik mijn ogen niet van de horizon ontnemen, ook al was ik zelf enorm nieuwsgierig! En dan - uit het niets - sprong er enkele meters verder een dolfijn uit het water. Ik staarde gewoon, met mijn mond open, ik moet de enige geweest zijn die hem gezien had. Op dat moment drong het tot mij door dat ik zo immens veel geluk heb gehad sinds mijn verblijf hier. De prachtige dingen die ik gezien heb, de geweldige plaatsen die ik bezocht heb, maar vooral: de ongelooflijke mensen die ik ontmoet heb – daar kon het brokje slecht nieuws nooit tegenop!
Onze boottocht naar Floreana was dus voor mij een ware “eyeopener”. Op Floreana zelf, een eilandje dat 200 mensen huist; hebben we de “Piratecaves” bezocht. Een miezerig holletje – een gat in een rots - , meer was het niet, dat de schoen van een piraat had kunnen herbergen, maar om die erin te proppen daar moest je wel eerst een diploma voor behaald hebben! Bespottelijk! Gelukkig was de snorkel in de namiddag dan wel weer fenomenaal, en waren we allen weer volledig onder de indruk van al die onderwaterwonderen. Al die tropische vissen; onbeschrijflijk; we hebben zelfs hele school vol met Dories gezien ( Je weet wel – Finding Nemo!). We waren allen vol liefde naar een zeeleeuw aan het kijken die met een zeester aan het spelen was, terwijl zijn vriendje een poging ondernam de camera van de Israëlische Blondie te stelen. Echte geniepigaards, die zeeleeuwen!
Nog een beetje nadromen op weg naar Isabela, het grootste eiland met 6 vulkanen waarvan er 5 actief zijn! Die avond hebben we ons op een paradijslijk strand geplaatst en met zijn allen naar de sterren gekeken. Perfect moment om een gesprek te houden over de zin van het leven. Heerlijk zoiets, naar de oneindigheid staren en enkel de pracht bewonderen, en ondertussen je gedachten de vrije loop laten gaan en het beste ideeëngoed delen. Echt heerlijk!
“Horsesnorkeling? Arent we going horsesnorkeling? I thought we were going... but wont the horses drown?” – zo zal ik mij Tom altijd herinneren. We gaan één keer niet snorkelen en het arm doetje was compleet verward. Paardrijden stond er op de planning - en nog wel naar de Sierra Negra Vulcano! De Chiva bracht ons tot aan de paarden – er stonden er wel 40! Ieder kreeg een paard toebedeelt, en er was wel degelijk over nagedacht. Mijn paard had net zoals mij krullen, en had er duidelijk zin in. De tocht naar boven was op een kalm en relaxed tempo; af en toe een drafje en verder rustig stappen. Ideaal, want ik wou geen enkel detail aan mij voorbij laten gaan. De Sierra Negra vulkaan was echt indrukwekkend en vooral immens – een 10km brede vlakte met zwart vulkanisch as. Het leek alsof er een atoombom op was beland en dat er niets over was gebleven buiten stilte en een gigantisch zwart gat. Dichtbij Volcan Chico stapten we af en begonnen onze hike. De ondergrond bestond uit uitsluitend vulkanisch gesteente en je kon je levendig inbeelden hoe de lava was gestroomd. De vormen die het had achtergelaten waren gewoon bewonderingswaardig. Een nieuwe vlakte, die haast reikte tot aan de kust, was bedekt met lichte niveauverschillen, opengebroken plateaus, en verschillende kleuren. De kleuren varieerden lichtjes, van zwart naar bruin, donkergrijs tot een donkerrood, een obscuur en mysterieus kleurenpallet zeg maar. Haast onmogelijk om je ogen eraf te houden.
De paardrit naar beneden was geweldig! Bijna de ganse weg (een tocht van 2.5uur) gegalloppeerd we. Mijn paard volle teugels gegeven, en mezelf maar voor mijn lieve leven vastgehouden. Wat een snelheid (en horsepower) zat er in dat beest! Voor ik het wist zat ik in een race met de 4 Israelische armyboys, die maar voor weinig terugdeinsden. Het paard van Tom had een overduidelijke voorkeur voor het achterwerk van mijn eigenzinnige knapperd. Maar die was enkel te vinden voor de alternatieve routes, en dat zorgde wel voor wat lachwekkende situaties! Jammer genoeg moesten we daarna een 20 minuten wachten tot de rest van de groep arriveerde. Dolgelukkig en helemaal in mijn element, vertrokken we terug naar het strand – om daar nog wat na te genieten.
De volgende dag bezochten we “Las Tintoreras”; waar je de rustplaats van de white tipped sharks kon zien. Hun manier van bewegen was zo elegant en vinnig dat het bijna hypnotiserend werd. Ze zijn dan ook uitgerust met natuurs beste snufjes; zoals geweten kunnen ze bloed van kilometers ver ruiken, en daarbij weten ze ook meteen of het hun natuurlijke prooi is of niet. Hun lijf is echt verbluffend in elkaar gestoken, zo is hun gehoor zodanig fijn ontwikkelt dat ze je hartslag kunnen horen. Tegenover hen zijn wij natuurlijk maar een lompe verzameling van botten en vet.
Die namiddag hadden we weer een snorkel op de planning, die gewoon altijd de moeite zijn. Het water was erg ondiep en in het water geraken met die zwemvliezen was een hele opgave, maar na een korte blik onder water ben je alle zorgen vergeten. Welja, zorgen...
Het Charles Darwin center; vol met reuze schildpadden en leguanen. Daar ontmoette we “Lonesome George”, het laastste reuzeschildpad van zijn soort. Dat het onmogelijk is zijn soort voort te planten, daar trekt hij zich allemaal niets van aan. Met een goed vaartje zat hij achter een vrouwtje aan; de gids kon amper zijn ogen geloven! Dan bezochten we Diego – de dekhengst der reuzeschildpadden. Die werd ontdekt in San Diego Zoo en overgebracht om zijn soort van “uitsterven” te redden; en hij is een ware held want zijn uithoudingsvermogen heeft de Galápagos voorzien van een 200tal nieuwe exemplaren. Diego zagen we dan ook op zijn best – in volle actie – hij had zich bovenop een vrouwtje geschraapt en willen of niet – nummer 201 was in de maak!
Een wandeling door een lavatunnel; dat stond op de planning in de namiddag. In mijn hoofd was ik er al stiekem te spot mee aan het drijven; wat ze allemaal niet verzinnen om te verkopen. Tot we er eindelijk aankwamen, het leek op een ijlenlange grot waarbij in vergelijking de grotten van Han een slechte grap zijn. In stilte rustig om me heen gekeken, wat echo’s gevormd en dan stiekem een gebedje geplaatst dat de muren niet zouden instorten en mij met hen zouden vereeuwigen. Ik wou mijn geluk immers niet testen! Ontspanning had ik nodig, en dat kon nergens beter dan in Tortuga Bay. Een eeuwigheid wandelen over wat leek op de Chinese Muur, kwamen we aan bij dit prachtig strand. Aan de slaperige leguanen en dobberende pelikanen te zien voelde iedereen zich daar wel vrij ontspannen. Wat gezwommen, en gekeken naar de Israelische actionshots (soort van “KungFu”moves) en er zat alweer een heerlijke dag op!
Ons Galápagos-avontuur was bijna afgelopen; onze voorlaatste dag die brachten we door bij de blue footed Boobies op North-Seymour. Het eiland van de versierkunsten. De mannelijke frigatevogels blazen hun rode nek volledig vol met lucht en schudden met hun vleugels; allemaal om indruk te maken op de vrouwtjes. De vrouwtjes landen dan naast het mannetje naar keuze; om aan de serieuze zaken te kunnen beginnen. Maar de echte hartenrovers zijn de mannelijke Boobies die dansen om de vrouwenharten voor hen te winnen. Ze heffen langzaam hun helderblauwe voetjes op, stappen eens in het rond en fluiten; énorm adorabel. Als het vrouwtje overtuigd is dan komt ze naast hem staan, en danst ze na verloop van tijd met hem mee. Verkocht ben ik voor de technieken van de blue footed boobies, pakke beter dan sommige flauwe openers waar ik het in mijn leven al mee heb moeten doen, die zijn zo schattig niet hoor!
Een laatste snorkel nabij een strand dat leek te komen uit een vakantiebrochure van de Carraïben, nog een kanotochtje in de haven van Santa Cruz en een bezoek aan “Los Gamelos” krater en dan was het tijd om vaarwel te zeggen tegen deze unieke eilanden! De pracht en praal valt niet in woorden te omschrijven, maar is zonder meer overduidelijk aanwezig op elk afzonderlijk eiland! Onnodig om te vermelden dat het een absolute aanrader is?
Besitos
Teresita
donderdag 30 april 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Waauw! You go girl. Het klinkt alsof het daar zeer plezant is.
BeantwoordenVerwijderenGeniet er nog van!
Nico