De Spaanse school van Yanapuma dat gelegen is in een koloniaal huis ( van de ex-vrouw van een of ander bekende artiest waarvan ik de naam niet kan onthouden), is tegenwoordig één verdieping hoger te vinden. Mits de verhuis vrijdag plaatsvond staken Katrien en ik graag een handje toe. Een hele hoop spullen werden heen en weer gesleurd, en dat zorgde voor een gezellige drukte. Een drukte die de rest van de avond zou blijven sudderen. Iets later kwamen Evelyne, Dieter en Saf op bezoek en arriveerden de ouders & broers van Katrien, wat in het geheel zorgde voor een blij weerzien. Met Lisa, Roos, Katrien, Valerie en ikzelf erbij was het al gauw full house.
Om 21u was er afgesproken aan Papayanet, dé verzamelplaats voor alle feestneuzen. Door alle vrolijke drukte hadden we onze afspraak gemist, maar als echte kenners gingen we ons instinct achterna en belandden we één straat verder in Huaina, een bar met spotgoedkope (en toch sterke) cocktails. Heel wat bekende gezichten keken ons verheugd aan. Zelfs Andy en Pablo, onze twee bazen, waren aanwezig. Ongeveer een tien minuutjes later kwam Vinicio binnendruipen met nog een aantal studenten. Dat beloofde een leuke avond te worden!
Na wat goedkope moed te hebben ingedronken, stak iedereen zijn beste beentje voor op de dansvloer. Er werd veel afgelachen, en onze liefde voor Pablo werd enkel groter na het observeren van zijn originele dansmoves. Maar na een tweetal uurtjes besloot ons bescheiden groepje, dat bestond uit Lisa, Roos, Valerie, Katrien en ik, terug naar huis te keren. De volgende dag moesten we immers vroeg uit de veren. De ouders van Katrien verwachten haar al om kwart voor 8 bij hun hostal, en de rest van ons zou rond diezelfde tijd vertrekken naar een vulkaan ten Noorden van Quito.
Alweer een vulkaan; ik weet het, ik lijk wel zelfmoordzuchtig. Onbegrijpelijk, ik ben hier nochtans heel gelukkig. Een groepje van 7 ging zich eraan wagen. Erika (U.S) had nog katerverschijnselen na de overload aan cocktails vorige nacht, Lavigne (NL) had wat last van de Quito-lucht die gelijk zou staan aan “30 sigaretten per dag”, Vinicio verkeerde in mol-modus mits hij om een of andere onverklaarbare reden zijn bril thuis was vergeten, Steven (U.S.) slaapwandelde nog half en Roos, Lisa en ikzelf hadden maar een bang hartje voor wat er komen ging. Een gemotiveerde groep van 7 zeg maar. Iets voorbij Mitad del Mundo stopte onze bus en stapten we allemaal gehoorzaam uit na Vincio zijn welgekend order “¡Vamos por favor!”.
Pulupahua; de vulkaankrater waarin we gingen afdalen, zou de grootste in Zuid-Amerika zijn en is uniek dankzij haar ligging op de evenaar. Haar laatste eruptie gebeurde ongeveer 2400 jaar geleden,en is ondertussen terug bewoond. Binnenin heerst er een uitzonderlijk microklimaat waardoor er, op deze 3km, hard aan landbouw gewerkt kan worden. De inwoners zijn erg gesteld op hun leven binnenin de krater, en kunnen dankzij hun speciale ligging ecologisch te werk gaan door het gebruik van bio-energie. De inheemse bevolking is dan ook overtuigd van de kracht en energie dat Patcha Mama (moeder aarde) aan dit gebied heeft meegegeven. Wij, als gringo’s, waren vooral onder de indruk van de lappen landbouwgrond die in verschillende kleuren en vormen ingesloten lagen tussen de kraterwanden van de Pulupahua.
Ondanks haar natuurlijke schoonheid, zag het modderpadje naar beneden er niet bepaald aantrekkelijk uit. Het was dan ook niet verwonderlijk dat Vinicio al na de tweede bocht onderuit schoof. Zijn trouwe vriend de bril had vast wel wat kunnen helpen, zo i.v.m. dieptezicht en al die handige dingen die ogen kunnen verlenen. Ik besloot dan ook maar laatst te lopen; zo kon ik extra genieten van het domino-effect wanneer mijn voeten zouden beslissen mij niet meer te ondersteunen. Gelukkig moest niemand zich daar druk om maken, en wandelde we al gauw beneden tussen de zwerfhonden en het geheel aan boerderijdieren.
Die namiddag deden we niet al te veel, beetje wandelen – kijken – eten, en rusten wat uit, want we gingen nog een zware klim tegemoet. Ik hoef vast ook niet te vermelden hoezeer ik mezelf vervloekt heb op weg naar boven. Twee weken na een helse wandeling op een vulkaan, stond ik alweer te zweten en te puffen tussen al dat vulkanisch uitwerpsel. Na een uur gemompel en gekreun stond ik tot mijn eigen verbazing alweer boven. Prettig was de tocht uiteraard niet geweest, maar ik was wél content dat ik deze keer niet nog 4à5 uur kruipwerk voor de boeg had.
Ondertussen had Quito alweer heel wat last gehad van aanhoudende regen. De rotsen waren nogmaals van de bergwanden afgebrokkeld, en hier en daar kon je (letterlijk) een waterval bewonderen. Het duurde ons daardoor ook extra lang om thuis te geraken. Na een overheerlijke maaltijd in The Maple (het vegetarisch restaurant van Quito), kreeg mijn crew me nog overtuigd om een avondje te gaan stappen. Huaina, ons stamcafé, kon ons alweer een avondje entertainen. De sfeer was een beetje platjes bij het binnenkomen, maar na zelf - met een caiperiña in de hand – een beetje gek te doen op de dansvloer stond die al snel vol met ander dansend volk. We ontmoeten al gauw nieuwe mensen; een dude uit Engeland die bij de Hare Krishna beweging zit; Joseph de hiphopper en mijn persoonlijke favoriet Manuel. Na wat tijd doorgebracht te hebben op de dansvloer met salsamuziek, en al verscheidene mannen weggestuurd te hebben, kon ik het niet meer aan en besloot ik terug aan tafel te gaan zitten.
Mijn kont geparkeerd op die stoel, was ik samen met Valerie naar alle in-het-rond-tollende dames aan het kijken. Het zag er allemaal zo professioneel uit. Stiekem was ik wel wat lastig op mezelf; ik nam immers salsalessen en nu was de ideale tijd om te oefenen. Daarenboven was ik het beu om tegen mannen te zeggen dat ik niet “wou” dansen; waarbij ik dan altijd het gevoel heb dat ik hen beledig terwijl ik eigenlijk – in alle eerlijkheid – gewoon te verlegen ben. Mijn mentale marteling stopte toen mijn in het niets starende blik onderbroken werd door het hand van een man; alweer een dansaanvraag. Mijn hart zuchtte en ik keek op om hem vriendelijk te bedanken, maar toen ik mijn ogen opsloeg en zijn vriendelijk gezicht zag had ik haast automatisch mijn hand in zijn hand had gelegd. Voor ik het goed besefte had hij mij met een hartelijke glimlach recht getrokken. De “dans” was een catastrofe (en dat mag je best letterlijk nemen), mits hij met tonnen ritme heen en weer bewoog, terwijl ik met enige zelfspot een poging tot eenzelfde beweging deed. Gelukkig hebben we tijdens mijn persoonlijke tragedie nog een vrij kwalitatieve conversatie kunnen houden.
Na twee liedjes had hij de hulpeloosheid van de situatie door en bedankte mij voor de dans. Ik was content dat ik het toch geprobeerd had. Ik zat welgeteld 10 seconden, en hij stond alweer voor mij met zijn pretoogjes en een vrolijke uitdrukking op zijn snoet. Ik verklaarde hem openlijk gek, hij lachte begrijpend en zei dat hij het opnieuw wou wagen omdat hij mij graag mocht (een compliment dat altijd gewaardeerd wordt). Toen hij op een gegeven moment een opmerking maakte, moet ik eerlijk bekennen dat ik enkel het werkwoord had verstaan. Doordat mijn gezicht boekdelen spreekt had hij onmiddellijk door dat ik er geen snars van begreep. Hij trok zelf een bedenkelijk gezicht en fluisterde in mijn oor “My English is no good..” met een feilloos illegaal accent. Ik glimlachte breed om zo mijn lach te onderdrukken; dat was het minste wat ik kon doen mits na zijn eindeloze pogingen bij mijn “salsa”. Ik geloof dat hij mijn inspanning apprecieerde en boog zich nogmaals voorover en zei “ Is nice … Is nice”. Ik weet nog steeds niet of het als een mop bedoelt was, maar ik lag dubbel van het lachen. Hilarisch! De conversatie werd daarna alleen nog maar leuker (en komischer)! Verder had hij nog complimentjes in petto over mijn Spaans,het feit dat ik snel bijleerde en dat ik over ’n maand een echte salsadanseres zou zijn. Ik vind het allemaal zo schattig, dat alle mannen zo behulpzaam, hoopvol en naïef zijn hier. Over het algemeen enorm positief ingesteld, en ze zien overal het beste in. Een boontje heb ik wel voor de Ecuadoriaanse mentaliteit onder de mannen, en vooral voor hun hartveroverende oneliners!
Na zijn vertrek was ik in een ongelooflijk vrolijke stemming. Ik had mij al compleet belachelijk gemaakt, en het kon mij niet meer schelen of mensen nu wel of niet keken. Dan kwam er een jongen op mij af om te vragen of ik van België was, en toen ik hem confirmeerde dat het klopte, draaide hij zich met een glimlach om. Bleken dat achteraf gasten te zijn waar we enkele weken geleden de boel mee bont hadden gemaakt. Ondertussen had Roos vrienden gemaakt met de Hare Krishna dude die een extra komische noot meebracht, en Lisa had een initiatie tot hiphop via Joseph. Chevere (Ecuadoriaanse slang voor “tof, cool”!) die gast, hij had de moonwalk en andere hiphopmoves perfect onder de knie. Maar, voor alle Belgen, hebben we het feestje beëindigt met een knaller, en dat kan natuurlijk met niets beter dan een Polonaise! Nadat we de hele tent mee hadden gekregen in ons treintje, zongen we met zijn allen nog het “Hallelujah”-lied van de Krishna-dude… Redelijk marginaal op dat uur!
Het feestje stopte om half4 en een tweetal minuten later waren we thuis. We kropen allemaal ons bed in en na een zestal uren slaap was ik alweer wakker. De zenuwen beslopen me al een beetje, want om 13u moesten we klaarstaan op het school. We gingen aan het stadium proberen om ticketjes voor de match Ecuador – Brazilië te bemachtigen. Als echt voetballiefhebber was ik deze keer niet bepaald gesteld op de mañana mañana houding. Mijn transformatie in Stressa was dan ook onvermijdelijk. Ik wou ons 5’n (Dieter, Saf, Evelyne, Valerie en ikzelf) absoluut ten laatste om 12u50 zien vertrekken, wat’n hele opgave beloofde te worden zonder Katrien. (Katrien helpt immers altijd om te zorgen dat we op tijd vertrekken). Uiteindelijk vertrokken we 5minuten te laat, en kwamen aan bij Yanapuma in semilooppas. Broodnodig bleek achteraf, want de groep ging net vertrekken. De busrit op de Ecovia was evenzeer zenuwslopend, mits er geduwd en gewrongen werd in pogingen tot jatten. Aangekomen aan het stadium was er een uitgesproken drukte, overal liepen verkopers met T-shirts, verfpalletjes en gelukkig ook tickets. Vinicio duidde een verzamelplaats aan en vertrok op zoektocht naar een schappelijke prijs. Iets later kwam hij af met een handvol ticketen die had op de kop had getikt voor $30.
Nu zat de voetbalstemming er pas echt in. Een deel van ons had de $4 voetbalshirt aan en ons gezicht was beschildert in de kleuren van Ecuador. Om de vijf meter vonden we iemand die regenponcho’s verkocht, iets waar we onderling een beetje over aan het gniffelen waren. Ze herhalen immers hetzelfde woord op zeurderige, scherpe toon, en dat is gewoon iets heel typisch voor hier. Na enkele controles wandelden we het stadium binnen, dat volledig gevuld was met gele T-shirts. Mijn glimlach werd al gauw af mijn gezicht weggeveegd wanneer we door een ferme stortbui overspoeld werden. Ik slaagde erin om half te schuilen onder iemand zijn paraplu, en terwijl de dikke druppels van ’n andere paraplu over mij heen te krijgen. De bui was gelukkig maar van korte duur. Toch al druipnat vonden we ons een plaatsje vooraan. Dat het in een grote plas was, maakte mij niks uit, want het zicht was fenomenaal! Twee uurtjes moesten we wachten voor de kick-off. We maakten allemaal een pronostiek, en wachten vol ongeduld op het Braziliaanse team. Deze vlogen over vanuit Guayaquil, en zouden recht daarna op het veld komen om op te warmen. Zo zouden ze het minste last hebben van de hoogte (wel, dat heb ik mij tenminste laten wijsmaken)! Toen Ronaldiño op het veld kwam, kreek ik onmiddellijk een speedcursus scheldwoorden. Wat ’n haat! We hebben het ons dan ook niet gewaagd als enige te juichen bij zijn opkomst.
De sfeer was enorm moeilijk te beschrijven, want zodra we de teksten tot de liedjes door hadden ging ik er zelf volledig in op! “¡Vamos ecuadorianos, esta tarde, tenemos que ganar!” of de korte, krachtige versie: “¡Sí se puede!”. Het geheel was ‘n fantastische ervaring, en de wedstrijd geweldig. De Ecuadorianen hadden zonder twijfel balcontrole, en dat zorgde voor enorm veel kansen. Toen ik eindelijk dat Braziliaanse net zag bewegen na een shot op het doel, gilden en sprongen we in het rond. Jammer genoeg had ons zicht ons bedrogen, en was het zijnet geraakt geweest … Tegenvaller! Maar dat hield ons niet tegen om nog extra luid te roepen en brullen. Wanneer Ronaldiño de hoekschop nam werd het getier en gejoel luider en luider, en je voelde de agressiviteit duidelijk stijgen. Het werd dan ook muisstil toen we het net van de Ecuadorianen zagen bewegen, en toen we de Brazilianen elkaar zagen omhelzen wisten we het zonder meer: ze hadden gescoord. Ondertussen brak er een gevecht uit iets verder en draaiden iedereen zich om want het ging er hevig aan toe. Vuisten vlogen heen en weer en er werden rake klappen uitgedeeld.
Deze overvloed aan testosteron was niet aan mij besteed en ik merkte dat de Ecuadoriaanse ploeg plots enorm goed bezig was. Ze passeerden vlotjes de verdediging van Brazilië, en ik voelde het enthousiasme echt in mij opborrelen; en voor ik er zelf controle over had begon ik luider en luider “¡ Vamos !” te roepen. De andere hoofdjes van onze groep draaiden zich om om net op tijd de goal te zien. Jaaaaaaawel ¡ ¡ GOOL !! Heel het stadium ging uit zijn dak, en zelf veranderde ik in de Hulk (en dat zonder Golden Power Katrien!) en begon de longen uit mijn lijf te gillen… Heerlijk! 1-1; en daar is het dan ook bij gebleven. We vertrokken met een tevreden gevoel naar huis; we waren niet geheel ten schaamte gezet door Brazilië en we hebben nog steeds ’n kans om te kwalificeren voor de wereldbeker! ¡Sí se puede!
Ondertussen zijn we een uur verder verwijderd van België, met een uurverschil van 7uur. Maar hier in onze kamer is het een beetje thuis; de ouders van Katrien hebben héél wat Belgisch zoets meegenomen (Yipie!). En nu dat ik weer wat voorzien ben van Golden Power en dinokoeken, ben ik beslist in de zevende hemel terecht gekomen…
Volgende week vertrekken Valerie, Roos en ik naar Salinas;om te kijken naar The Quiksilver ISA World Junior Surfing Championship! Volgens amigo’s van Canoa: “High recomanded”, ik weet het jullie te melden…
Besitos xxx
Teresa
woensdag 1 april 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten