Zoals echte toeristen blijven we reizen, en gingen we door na de Galápagos eilanden. Met het vliegtuig landden we in Guayaquil, de grootste (en gevaarlijkste) stad van Ecuador, en tevens ook onze eerste bestemming. Die avond besloot ik wat te rusten; ik voelde me niet zo heel lekker en wou de komende dagen fit starten. We hadden immers veel op de planning...
Eén dag hadden we ingecalculeerd om “Guayaquils finest” te gaan bekijken. Las Peñas stond daarbij op nummer 1. Een wijk bestaande uit gekleurde huisjes, waarbij er bovenaan een kerk staat met een verbluffend uitzicht over de hele stad. Heus de moeite, maar in de ondraagbare hitte waren de 444treden een hele klus. Het bewegen van schaduw naar schaduw begon meer te lijken op het beoefenen van een complexe sport, maar was voor ons eigenlijk maar een flauwe en weinig succesvolle poging tot overleven. Nadat we genoeg afgezien hadden besloten we te wandelen in wat koelere oorden: een shoppingmall mét airconditioning! Daar maar wat rondgeslenterd tot we weer wat op normale lichaamstemperatuur waren en onszelf begeven naar de begraafplaats van Guayaquil. Niet dat we de strijd hadden opgegeven, maar de graven bleken iets zeer impressionant te zijn! Sommige graven waren (letterlijk) hele kerken, gebouwd voor één persoon of een ganse familie. Best indrukwekkend om te zien...
In de late namiddag vertrokken we naar wat de mooiste stad van Ecuador hoort te zijn: Cuenca! De busrit van 4 uur duurde uiteindelijk 5,5uur en was voor mij een ware hel. Beperkte ruimte, buikkrampen, honger maar niet durven eten, vreemde en wazige dromen door de koorts en constante rillingen die mij van extreem warm naar huiverend koud brachten. Niet mijn beste ervaring. Aangekomen in Cuenca konden we gelukkig onmiddellijk naar onze prachtige hostal, want Lisa en Roos hadden die al geboekt voor ons! Om de schade te beperken was ik onmiddellijk mijn bed in gekropen, maar de volgende dag bleek ik nog steeds niet de oude te zijn. Ik voelde me enorm afwezig en meer verwant met een geestelijke zieke dan een inwoner van deze wereld, en mijn angstvallige zoektochten naar een wc maakten mij niet bepaald het beste gezelschap. Dus terwijl Roberto, Roos, Lisa, Katrien en Valerie de stad gingen verkennen, bleef ik bedlegerig. Die avond werd ik verplicht de dokter te laten komen. Na een kwartier stond er een vriendelijke man naast mijn bed, hij praatte vlot Engels en leek werkelijk in het bezit te zijn van een of ander geneeskundig diploma. Mijn angst voor het bezoek van een sjamaan was geweken. Heuze slaapaanvallen, 39° koorts, beperkte eetlust, pijnlijke buikkrampen, en abnormale diaree; allemaal het trotse werk van een bacterie. Enkele kanjers van pillen, de opdracht terug te eten, genoeg te drinken, en op een zuivelvrij dieet zonder rauwkost te gaan, en ik zou de strijd gauw winnen!
De liefste en beste dokter ter wereld had gelijk; de volgende dag was ik alweer op pad. Mijn disoriëntatie beperkte zich tot normale proporties, en daardoor heb ik toch nog enkele straten van Cuenca kunnen bezichtigen. Terwijl ik op bewonderingswaardige wijze de o zo bekende kathedraal van Cuenca heb weten te ontwijken de ganse dag, waren mijn meisjes op wandel in Cajas NP. Iets dat ik - uiteraard – graag had meegedaan, maar me niet fit genoeg voor voelde. Maar onze hostal was in het bezit van een schattig tuintje met een mooi plakje groen gras en in elke straat vond ik wel een kerk; het voelde eigenlijk een beetje zoals thuis. En dankzij Valerie en Katrien heb ik die dag tóch nog de kathedraal kunnen zien... en inderdaad, ernaast zien was haast onmogelijk, maar zoals je weet, in Ecuador is dan weer alles mogelijk!
Onze laatste dag schonken we aan Ingapirca; de grootste Incaruïnesite van Ecuador. Katrien, Valerie en ik namen de bus naar El Tambo, dat vlakbij lag. De bus was (buiten onszelf) volledig gringo-vrij en dat maakte ons best een attractie. We kwamen dankzij de veelvuldig aangeboden hulp op de juiste plaats terecht, en na 5minuutjes bergopwaarts kwamen we aan. De site van Ingapirca, dat Inca-muur betekent in Quechua, is niet om over naar huis te schrijven. Het is niet speciaal groot, indrukwekkend, of complex in elkaar gestoken, en toch blijven die Inca’s verbazen. De stenen werden zo geslepen dat ze perfect in elkaar passen, de zonnetempel kan gebruikt worden als observatiecentrum, de zon valt perfect in bij zonnewende en het ganse gebouw lijkt op een fort dat al eerder militair gebruik gekend heeft. Met een beetje kennis wordt het best nog spectaculair!
Zo, dat was mijn onbewogen vervolg van de Galápagosreis. Dankzij mijn herwonnen gezondheid, ben ik weer helemaal klaar voor de volgende avonturen. Die niet lang op zich zullen laten wachten... Het is hier immers Ecuador!
¡ Besitos y hasta pronto !
dinsdag 5 mei 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten