dinsdag 14 april 2009

The heat situation

Onze busrit naar het Benidorm van Ecuador was – zoals te verwachten – een avontuur op zich. De passagiers gebruikten de bus naar Salinas als een heuse verhuiswagen; zo hebben Roos, Valerie en ik alles zien passeren van honden, konijnen, soort krabpalen, gigantische zakken kledij/ graan tot tafels. De 10uur rijden met weinig slaap was best vermoeiend. We waren dan ook erg blij toen de man eindelijk “Salinas!” riep, en we trokken gauw onze schoenen aan en sprongen de bus uit. We rekten ons uit, en liepen met onze reisgidsen een stukje verder. Ik stak het op mijn vermoeidheid dat het er allemaal anders uitzag dan ik mij had voorgesteld. De vrouw van het tankstation kwam met de verklaring: we waren helemaal niet in Salinas, maar in La Libertad – een dorpje te vroeg. We zouden de bus moeten nemen om daar te geraken, absurd, want we waren net van onze bus gestapt. We staken het straat over, en wonder boven wonder kwam onze bus er net aanrijden. (Lang leve Ecuadoriaanse timing!) Het voordeel aan het status “gringa” is dat je zoals een BV nogal snel herkend wordt, en de bus stopte. De ticketcontroleur stak zijn hoofd uit de deur en vroeg al grijnzend: “Otra vez?” (nog een keer?) Roos, de onschuld zelve, antwoordde uiterst adorabel: “No está Salinas!” (Dit is niet Salinas). De man schudde al lachend zijn hoofd en wuifde dat we maar gauw moesten opstappen.

De aankomst in het echte Salinas zorgde haast voor een onmiddellijke zonneklop. “Abril, lluvia mil”; de aprilse grillen van Ecuador, maar van al die zogezegde regen merkten we niet veel; een 32°C zonder schaduw. Bakken, braden en ja toch ook wel grillen; van ‘saignant’ naar ‘à point’ in ongeveer 3 minuten. In deze hitte gingen we op zoek naar een hostal, en dat bleek een levenswerk. De hotels gingen van Neckermanns bestsellers naar bouwvallige wrakken. De hostal “Las Olas” , met een onbeschrijflijke “sprankelende receptie”, was het toppunt van alles. De kuisvrouw leidde ons rond het complex van kamer naar kamer, en fluisterde ons steeds toe dat we een andere kamer moesten kiezen vanwege of de geur, lawaai, of... Het was zo gek nog niet, of je vond het daar. Uiteindelijk zijn we teruggekeerd naar ons voorgaand hostelletje, dat iets duurder was maar tenminste beschikte over normaal functionerend personeel.

Salinas mocht dan al niet veel voorstellen in mijn mening, de matrozen mochten er toch wel wezen! Misschien vandaar dat we het militaire strand F.A.E. (waar de surfcompetitie zich bevond) zonder al te veel problemen vonden. Van de surfwedstrijd begrepen we niet al te veel – het had gewoon geen (Europese) logica denk ik. De surfers waren dan ook al iets minder knap dan we gewoon waren – en daarenboven allemaal onder 18jaar (en zonder oudere broers – waarom doet een mens zoiets?)! Gelukkig konden we ons troosten met gratis fruit, en de donatie van een panamahoed. Maar mijn echte troost kwam later - wanneer de eerste echte knappe man die dag passeerde – lang, mooi gebruind, surferbody, krullen – en verdacht veel lijkend op .. Gabriel !

Jawel, de vrienden van Canoa waren afgekomen! Mijn gsm was ongeveer 20minuten buiten Quito uit netwerk gevallen, en ik had niemand kunnen bereiken sindsdien. Tussen al die drukte was het dus echt een dikke meevaller om hem tegen het lijf te lopen. Hij wees me waar ik de rest van de groep kon vinden; en iets later stonden Roos en ik tussen alle andere mannen en familieleden die ons gretig insmeerden met zonnecrème en ons voeden met kokosnoot. Er werd goed voor ons gezorgd, dat stond vast. Desondanks zat Valerie iets verder op onze spullen te passen – en die gingen we wat gezelschap houden. Jammer genoeg zijn we de mannen daarna compleet uit het oog verloren. De avond vulde we met het eten van pizza (bij een zeer gedienstige ober, die elk stuk in je mond zag verdwijnen zodat hij zeker op tijd was om een nieuw stuk op het bord te leggen) en een kort bezoekje aan een surffeestje dat blijkbaar enkel bestemd was voor de jonkies onder 18.

De volgende ochtend hielden we ons bezig met het bestellen van bustickets, ontbijt, en het verlaten van onze kamer. Toen we op het strand van de F.A.E. kwamen, waren we te laat en werd iedereen verplicht het strand te verlaten want de show was afgelopen! Inderdaad, we hadden de finale gemist. Iets te typisch, dus gingen we maar op een ander strand niks doen – en ijsjes eten. Na goed wat relaxtime in zon en zee, was het tijd om te vertrekken.

Wegens het moeten doorwerken op feestdagen in Semana Santa (heilige week), kon ik nu extra tijd doorbrengen aan de kust. Daarom trokken Roos en ikzelf verder door naar Montañita, bekendstaand als HET surferparadijs in Ecuador. Valerie daarentegen moest terugkeren naar Quito. Jammer, want de busrit naar Montañita was enorm entertainend. We werden vriendelijk op de bus geholpen en wanneer de bus gevuld zat (een half uur later dan gepland) vertrok ze naar haar bestemming. Roos en ik vormden al gauw een nooit-eerder-geziene-attractie, en werden door iedereen aangesproken en ondervraagd. Een blik alleen al was aanstalten voor een ganse gidsbeurt; een man presteerde een ganse uiteenzetting bij ELK dorp dat we passeerden. Terwijl hij ons vertelde dat het ene dorpje bekend stond voor zijn tonijn in tegenstelling tot het vorige dat meer gekend was voor zijn zoute scampi’s, draaiden alle gezichten zich om en bleven ons onbeschaamd aangapen. De mannen achter ons tikten op onze schouders zonder ophouden – en ons kruisverhoor leek eindeloos. Wanneer we eindelijk dachten alle vragen gehad te hebben, begonnen ze - tot onze ontzetting - gewoon van begin af aan. Overduidelijk waren ze erg behulpzaam en zijn we probleemloos in Montañita terecht gekomen.

Een man uit Barcelona had de ganse commotie in de bus gevolgd, en kwam de gringa’s vragen waar we gingen verblijven die nacht. Iets waar wij natuurlijk geen idee van hadden. Met mijn Lonely Planet en zijn onderhandelingstalenten vonden we een hostal voor $7/nacht met ontbijt. Maar we zouden geen echte vrouwen zijn als we niet vonden dat de plaats er niet leuk genoeg uitzag, en keerden geniepig terug naar het Tsunami-hostal (met de arrogante eigenaar) dat er bedrieglijk comfortabel bijstond. Voor $8/nacht zonder ontbijt kregen we een kamertje. Tevreden gingen we maar meteen een stapje in Montañita zetten, en via een telefooncel met een $3dollarkaart (lang leve de methodes van de oude garde) kon ik naar Luis bellen, een van mijn vrienden vanuit Canoa. Hij kwam ons meteen zoeken en we hadden ineens gezelschap voor de rest van de avond. Het gezelschap was niet altijd van niveau, maar dat heb je wel eens meer als je optrekt met een bende mannen. Ze kennen mij hier immers allemaal als Teresa (wegens problemen met de naam Tessa); en nu blijkt dat die naam rijmt op heel wat vulgaire woorden en dat er dus een lied over bestaat. Dus, dat laat mij met “Madre Teresa” of de vuile hoerennaam, wel liefste mammie, ik weet niet hoe ik je daarvoor moet bedanken.

Het dialect aan de kust is een beetje te vergelijken met Hollands en Belgisch, waarin Hollanders (vgl. met Quito) gebruik maken van de correcte woorden en taalgebruik en de Belgen (vgl. met de kust) eerder onverstaanbare dialecten spreken. Wanneer ik Luis & Gabriel hoor spreken, moet ik altijd een beetje denken aan een West-Vlaming: de hete patat in de mond en de noodzaak niet zien tot het gebruiken van medeklinkers of einde van woorden. Eens mijn liefste vrienden doorhadden dat ze een tikkeltje trager moesten spreken, gebruik dienden te maken van woorden en de wijn een tijdje rijkelijk was gevloeid, was de conversatie uiterst amusant. Wanneer mijn Quiteños-Spaans hun voor de zoveelste keer dubbel kreeg, begon ik gewoon Flamenco (Vlaams) te spreken, wat leidde tot een gans gesprek over België, haar taal, ligging en specialiteiten zoals bier en chocolade. Vooral het bier werd een passioneel onderwerp, mits Gabriel overtuigd was dat de beste bieren van Holland kwamen. Onze valse noorderburen die gaan lopen met onze eer, niks van, die heb ik snel hersteld en zelfs enkele bieren aan ons toegeschreven die niet bij ons behoren. Wie weet nu ook dat Corona Mexicaans is?!

Toen we arriveerden op ons kamertje, ontdekten we dat er stof van de ventilator op ons bed was gevallen, de badkamer krioelde van de rode mieren, de vervallen douche op elektriciteit liep en Roos was niet zeker maar dacht dat ze iets onder het bed zag wegspringen. We zijn dan maar dicht bij elkaar gekropen – ver weg van alle spleten en barsten in de muur. Dankzij ons slaapmutsje hadden we een goede nachtrust en we waren snel de kamer uit om “Montañita by day” te verkennen. In reisgidsen wordt het beschreven als “Montañita which for many years was simply a locally surf spot, has blossomed into the largest surf resort in the country and one of Ecuador’s largest backpacker hangouts” “From the baggy shorts to the friendly, sleepy demeanor, surfer-dude culture is universal. .. The accompanying Rasta vibe and laid-back ethos means the end of the road for some.” Beide zijn vrij correcte beschrijvingen, mits je er niets anders terugvindt dan hostals, bars, gringo’s, rasta-dudes en hippies. De meeste mensen zijn gedurende dag en nacht stoned of dronken, en dat maakt Montañita zonder twijfel DE feestbestemming!

Voor mij betekende Montañita niet ‘the end of the road’; want mijn volgende bestemming werd Canoa. Luis vertrok die namiddag met zijn familie naar Canoa,en ik was welkom om hen te vergezellen. Roos besloot op het laatste moment om haar schoolwerk nog een dagje uit te stellen en met ons mee te gaan naar het échte surfersparadise!

“ Surf addicts, artisan fishermen and increasing numbers of sun-seekers all share this gorgeous, fat strip of beach.” (Canoa volgens de Lonely Planet)

De auto werd een ganse opeenstapeling van mensen: in de kofferbak zat Luis zijn gestoorde neef (die achter elke zin een gek lachetje laat klinken – cómo un animal) en Aimée (4jaar), op de achterbank zaten Luis, Roos en ik. De auto werd bestuurd door Nicole, en naast haar zat Jorge met kleine Jonathan van 11 maanden op zijn schoot. Gezellige, opgepropte boel. Gelukkig was de rit niet zo ver, want de eerste stop was Las Tunas, een verlaten strandje op weg naar Canoa. Daar lieten Roos en ik ons overspoelen door de golven, terwijl de mannen die met ‘t grootste gemak overwonnen met hun surfplank. Allemaal wat zelfvoldaan op ons eigen manier kropen we terug knus dicht bij elkaar in de auto. De muziek was zalig, en aandacht had ik ook niet tekort, met Luis zijn arm om me heen en kusjes op mijn schouder van zijn gekke neef. Het werd nog een lange rit waarin we verkeerd reden (omdat de mannen het niet wouden bekennen!) en we nog een boot en taxi moesten nemen. Tegen half11 ‘s avonds kwamen we aan in Canoa. De ober van Hostal Bambú maakte ons nog gauw wat lookbrood, en fruitsla – en na een overheerlijke douche kwam Luis ons halen voor een lokaal feestje in de Aloha-bar.

Dit feestje dat we kwamen ‘crashen’ bleek het verjaardagsfeestje te zijn van een of andere Kathy. Het duurde enige seconden voor we aan de praat geraakten met een aantal mannen van onze leeftijd, en iet langer voor we op de dansvloer stonden. Er werd luid geklapt, gedanst en vette sfeer gemaakt. Het Afrikaans stamgevoel kwam pas echt tot zijn recht toen alle meisjes in het midden van de kring werden geduwd en de mannen “Whoehoewhoe”-geluiden begonnen te maken en nog luider begonnen te klappen. Een beetje bizar, maar eigenlijk uiterst plezant. Het echte feestnummer blijkt “Over the rainbow” van Bob Sinclair te zijn, waarbij er oorverdovend meegekeeld wordt en druk in het rond gesprongen wordt. Volledig erin opgaand zie ik Roos uit de kring hinken met een gepijnigd gezicht; bleek dat “El Gordo” op haar voet was gesprongen. Een man die met gemak tegen de 200kg aanhikt. Tja, een van de voordelen van Canoa is dat er een grote verscheidenheid is aan mannen: ‘voor ieder wat wils’ zou je zelfs kunnen zeggen. Iets wat die avond net in het nadeel van Roos (en haar blauwe voet) bleek te spreken. Toen het feestje wat op zijn einde liep; werd er buiten met de trommel een formidabel ritme gespeeld. Hierop begonnen de lokale jongens Capoeira te dansen; fenomenaal om te zien ook al was het misschien amateursniveau. Vervolgens trok iedereen naar het strand – om te zingen, dansen, zwemmen,… De maan was bijna vol, en het zag eruit als een romantische filmset. Een moment om nooit te vergeten…

De volgende dag gingen we naar “La isla de los monos”, samen met Daniel (Danny, mijn surfleraar van mijn vorig bezoek), Marco (Viva Ecuador-guy) en zijn vriendin Amélie uit Parijs, en Luis. Vanaf Daniel zijn hostal, La Posada de Daniel, vertrokken we met zijn wankel autootje zonder remmen voor een wild ritje van een kwartiertje. We reden door een landschap dat heel wat aandoet van Afrika met haar baobabbomen. Echt om je ogen uit te kijken, maar het imposantste was toch het strandje waar we arriveerden. Het maagdelijk strandje had van beige naar zwart gekleurd zand, het water liep over van turkoois naar diepblauw, en in het begin van de zee lag er een verloren stuk boomstronk waarvan enkele gracieuze takken het water indoopten.

We liepen allemaal op automatische piloot direct het water in – waar de golven iets steviger waren dan verwacht. Luis riep mij toe om onder de golf de duiken, waarbij ik zijn raad weglachte en één seconde later volledig ondersteboven gezwiept en meegesleept werd tot aan het strand door de kracht van de golf. Liefelijk bezorgd en ook een beetje boos kwam hij checken of ik het wat goed stelde. Ik antwoordde dat er geen enkel probleem was terwijl ik elegant nog al het water uit mijn longen aan het hoesten was. Wel, dat zal mij leren om niet te luisteren naar iemand die zijn ganse leven met niets anders bezig is dan golven. Nog half bestaande uit zeewater ben ik maar op die boomstronk geklommen; genieten van golven op een afstand – meer iets voor mij!

De rest van de middag hebben we gevuld met een Spa-moment (insmeren met zwart zand), snorkelen, gezellig keuvelen, en eten van choclos (maïs). Oh, en vooral onze tocht door de jungle mag ik niet te vergeten. Daniel sloeg op de terugweg plots een overwoekert weggetje in, naar een oerwoudgebiedje waar apen moesten wonen. Ondanks ons goed nagebootste aapgejoel wouden ze maar niet komen. Wel geraakten we nog eens vast met de auto, wat ook zorgde voor wat vermaak. Een heerlijk ontspannend dagje, en een van de beste in mijn leven tot nu toe!

Helaas moest Roos die avond terug naar Quito en gelukkig bleef ik achter voor nog 2 dagen in Canoa. Ondertussen had ik al veel vrienden gemaakt en beloofde het nog een fijne tijd te worden. Beide dagen bracht ik door op het strand en geraakte ik aan de praat met Maria-Clara, een meisje van Zwitserland. Samen met haar ben ik gaan poolen, dansen en bedolven geweest door aandacht. Jorge, neef van Luis, wou ons salsa-lessen geven, en net toen hij mij rechttrok voor een portie afzien begonnen ze het liedje van “Feliz Cumpleaños” te spelen. Hij heeft mij – aan mijn hand – op een zeer overtuigende manier door het hele pand getrokken en de rest van de avond heb ik mogen beantwoorden hoe oud ik wel niet was geworden. Hilariteit ten top!

In mijn klein weekje kust heb ik enorm veel plezier gehad, maar vooral enorm fijne mensen ontmoet. De mannen zijn daar geboren charmant, maar ook ontzettend aardig. Princessa Tania is een van de lokale chicas die ik heb leren kennen, en echt schatje! Iedereen noemt mij daar Teresita, en ik voel me er thuis – ver weg van thuis. Canoa is dus een plaats die ik altijd in mijn hart zal dragen – omwille van verschillende mensen, herinneringen en iets dat ik daar geleerd heb:

“¡ Todo es posible, nada está seguro! “ (Alles is mogelijk, niets is zeker)

PS: ontdekking van de week: volgens de Lonely Planet is Danny een “former junior surf champ”! ¡Qué sorpresa! Wel, ik ben alleszins “opgeleid” door een pro!

1 opmerking:

  1. lieve teresita!

    Volgens mij ben je een nogal saignant (belgisch???) detail vergeten te vermelden!!!.... stiekemerdje.

    Ben blij dat jij alles zo mooi vertelt.. Wanneer komt het uit in bundel? dan koop ik m gelijk! :)

    Wel mooie dagen hebben wij meegemaakt he.
    AL miste ik nog 1 ding: toen we werden aangehouden door de politie terwijl de 'gestoorde broer' in de achterbak een joint lag te roken (!) en die agent alleen de geblindeerde ramen probeerde te wegkrabben (vreemd!!!)

    wanneer komt het volgende avontuur?

    kus
    Roos

    BeantwoordenVerwijderen