donderdag 4 juni 2009

The Hunger (in the Amazon)

Lookbroodjes, champignonekes met lookboter, bruchetta, camembert, salade, krokketjes, satés en uiteraard voldoende wijn, bier & cola. Met een heus feestmaaltijd op tafel zat de sfeer er vrijdagavond goed in. We stonken een uur in de wind van de goed uitgeruste lookboter, plaagden elkaar mateloos, de jongens kwamen tot de conclusie dat mijn “bitter” leek op Pieter en voor ik het wist werd ik door Marvin op brutale wijze blauw geslagen. Een doordeweekse avond zou je bijna zeggen, maar dat was het niet want die avond lieten we het bruisend leven van Quito achter voor de rust van de jungle.

Cuyabeno wildlife reserve – dat werd ons toevluchtsoord. Eerst moesten we de bus nemen naar Lago Agrio, ongeveer 7à8 uur verwijderd van Quito, dan werden we na enkele uurtjes opgehaald door een busje die ons na een ritje van 3 uur afzette aan een lodge waar de kano ons na 3à4 uur zou afzetten aan bestemming.



Een hele reis dus. Tijdens die uitgebreide tocht zagen we best al wat merkwaardige dingen; zoals een volledig uitgehongerde man die met zijn uitstekende botten liep zoals een hond en een zogezegde “echte” hond die je enkel kan omschrijven als een otterhond. Door al zijn onnatuurlijk gekrijs (en vreemd uiterlijk) werd al onze aandacht en bezorgdheid naar hem toegetrokken, tót we een ander vreemd beest spotte; een uil met aapkenmerken. Een hele freakshow; welkom tot het amazonewoud ?!

Onze lodge, gelegen bij de Big Lagoon, zag er best netjes uit. Allemaal wat back to basics; de beperkte elektriciteit werd voorzien door de zonnepanelen, het licht door talloze kaarsen, en het douchewater werd rechtstreeks uit de rivier gepompt.
We sliepen met z’n vijven in één cabiña, die twee kamers had. Beide kamers waren voorzien van comfortabele bedden met muggennetten en we hadden ieder onze eigen badkamer. Vooral bedtijd was een spannende periode wanneer alles werd nagekeken op ongedierte. Zo heeft Marvin het gepresteerd zijn bed vol te krijgen met mieren, Roos om – na een bezoek aan de wc - een kikker op haar bil te krijgen, en Valerie die had vals alarm wanneer ze het kot bijeen gilde bij het spotten van het beestje op de dop van haar insectenrepellent …

We werden ook duidelijk aangewezen om te zwemmen in de grote rivier, aan de zijkant van de lodge. Hier was er sprake van een goeie stroming en bijgevolg geen last van ongewenste bezoekers die zouden kunnen consumeren als buitengewoon middagsnackje. De rivier aan de voorkant van ons verblijf werd afgeraden mits het de verblijfplaats zou zijn van een aantal kaaimannen. Later die avond zette Paula, onze gids, haar verhaal wat kracht bij. Op de aanlegsteiger zetten we ons allen samen om kaaimannen te lokken. Het enige geluid dat we in de stilte van de nacht konden horen was Paula die beatboxgeluiden produceerde om de roep van babykaaimannen na te bootsen. Best succesvol, want we zagen in de zee van zwart – met behulp van de zaklamp - heel wat reflecterende oogjes. En ondanks hun enorm traag en voorzichtig voorbewegen kon je het water langs hun lichaam horen wegtrekken. Brrr, middagmaal of avondmaal; mij niet gezien in die rivier, dat stond als een paal boven water!

Onze eerste echte dag in “La Selva” die brachten we door in de kano, met het spotten van het wildlife. Kleurrijke fladderende vlinders. Papegaaien die zich volproppen aan klei. Schildpadjes die sloom dobberen in de ochtendzon. De grijze rivierdolfijn die naar adem kwam happen, en water naar boven spoot. Adelaars die gieren bleken te zijn. Toekans die je gauw herkende aan hun aparte vleugelslag. Slingerende vrolijke apen; waaronder de squirelmonkeys, capuchinomonkeys, en de howlermonkeys. Indrukwekkend om zien. Je kan je echt eeuwig bezighouden met het spotten van natuurs prachtexemplaren.

In het namiddagzonnetje gingen we op missie: pirañas vissen! Ik vond het allemaal best spannend, na alle horrorverhalen over deze mensvretende vis… Maar al gauw werd ik gerustgesteld door de anderen, zo blijkt dat piranha’s enkel aanvallen in groep, wanneer er grote hoeveelheid bloed aan te pas komt én ze moeten hongerig zijn. Niets te vrezen dus… Ja, dat gevoel was plots spoorloos bij het zien van mijn hengel: een miezerig stukje kurk met daaraan vislijn, een haak en een stukje vlees. Roos naast mij kreeg een iets moderne versie; een stok met alles erop en eraan. Ik zag het al helemaal voor mij; hoe ze een vis zou vangen, met een heuse snok het uit het water zou trekken en het beest zich als een vampier in mijn nek zou vastklampen. Maar gelukkig – voor mij - ving ze een andere – niet levensbedreigende – vis! Verder werd er één piranha en een catfish gevangen, maar jammer genoeg niet door iemand van ons. En Valerie heeft nochtans vissermanbloed, dus wat haar excuus moge weze…?

Nee, het vangen van gevaarlijke diersoorten was nog niet voorbij! Die avond gingen we op tocht in de kano – om kaaimannen te vangen. Inderdaad, wat een gekte! Onze gids Paula en de natuurspecialist Daniel zagen er niet bepaald levensmoe uit, dus besloot ik mijn vertrouwen in hun te stellen. We toerden de laguna wat rond, en spotten verschillende kaaimannen – vooral in doodse stilte en van op afstand. Zo waren de meeste te groot om zelfs nog maar te dromen van een vangst. Maar ééntje op het land konden we erg goed zien en was het perfecte formaat, maar bij het naderen was ie al gauw verdwenen. Verdwenen… in het water … onder ons… Niet bepaald het gerustgesteld gevoel waar ik op gehoopt had !

Maandag stond er de Siona Community op de planning. Iets waar de meeste onder ons een beetje hun neus voor ophaalden, mits die rondleidingen soms nogal aan de slaapverwekkende kant durven zijn. Maar zoals bij echte kindertjes kostte het maar een beetje omkopen en we zaten op het puntje van onze stoel om te vertrekken. En àl wat daarvoor nodig was, was het codewoord: “chocolade”. De oplossing voor alles, laten we eerlijk zijn…

De community, gelegen aan de playas de Cuyabeno, was niet erg groot maar had wel ±200 kinderen onder zijn daken wonen. Tegenwoordig is de gewoonte daar dat iedere moeder ongeveer 7à8 kinderen koopt, terwijl de aantallen vroeger rond 15kinderen per moeder zaten (auwch!). De gemeenschap beschikt over een eigen schooltje, dat klaslokalen heeft waarin één leerkracht aan 2 verschillende jaren lesgegeeft. Oorspronkelijk werd er Quichua gepraat, maar nu is dat gelukkig veranderd naar Spaans zodat de kinderen, indien ze dit wensen, daarna verder kunnen naar de universiteit. Het waren alleszins de schattigste exemplaren - zeker met hun schooluniformpje aan. We hebben eventjes voetbal gespeeld met hen, en daarna het terrein wat gaan verkennen. Best nog een leuke rondleiding. Ze hielden er o.a. een klein vijvertje met schildpadden; dit omdat ze in het verleden zoveel van die beestjes opgepeuzeld hadden dat ze ze met uitsterven bedreigd hadden. Nu leveren ze hun bijdrage door er zelf te kweken en weer vrij te laten, zodat de aantallen weer wat bijgespekt geraken.

Na onze uitgebreide inslag op het winkeltje, vertrokken we terug naar onze lodge. Waar ik – hoogstwaarschijnlijk door mijn sugarrush – onhoudbaar enthousiast was om Marvin het water in te duwen. De arme jongen stemde nogal gauw toe en ik was in mijn nopjes. Op een of andere typische manier was mijn zwembroekje in Quito achtergebleven, en moest ik het stellen met een short – uiterst elegant. Maar mijn vrolijkheid was niet te temmen; zo huppelden we monter naar de aanlegsteiger en met heel wat gedoe, waarbij ik vreesde zélf in het water te belanden, duwde uiteindelijk Roos Marvin het water in. En dan heb ik nóg het onderspit mogen delven; nogmaals: mannen zijn onlogische wezens! Zo werd ik wederom volledig mishandeld en gedwongen om ‘samen’ het water in te springen. Zelfs mijn korte hysterische episode bracht hem niet van zijn idee af … Nu zou je denken dat nadat ik hem – na veel gegil en tegenspartelen - zijn zin had gegeven, dat hij zich tevreden van de strijd zou terugtrekken. Maar nee hoor. Ik had mijn hoogsteigen kano gevonden, die vasthing (niet “hong” – dank u) aan de aanlegsteiger, en was de mooiste kano die ik ooit in mijn leven gezien had. Mezelf volledig verloren in kinderlijke vreugde wiebelde ik heen en weer, klaar om te vertrekken naar mijn eigen sprookjeswereld. Tót Marvin op beulerige wijze aan alle pret een einde maakte, door mijn kano te doen zinken…! Altijd al geweten; konijnenmoordenaars; het is een apart soort!

Na talloze pogingen om de kano terug tot leven te wekken, moesten we haar opgeven en ons gaan klaarmaken voor onze jungletocht. We waren allen een beetje hyperactief en spotten zo vooral takken en bolletjes die we respectievelijk zagen als slangen en spinnen. Wél zagen we een kleurrijke kever, en een spinnenhuid die de voormalige bewoner had achtergelaten wegens uitbreidingen! Onze natuurgids had heel wat trucjes bij om het gebrek aan oerwouddieren te compenseren; zo maakte hij van verscheidende planten een rugzak, een val, en een gedeelte van een dak! Een echte handyman zeg maar. Onze gids beloofde ons wel dat we op het einde van de wandeling hun gevangen tarántula konden bezoeken. Aangekomen aan onze lodge was het mij al volledig ontgaan, tot we op enkele meters van het restaurant stopte bij een klein bananenplantje, en effectief op de stam van de plant zat een kanjer van een tarántula. Waar ze op de geruststellende term “gevangen” kwamen, mag Joost weten, want het beest was zo vrij als een bachelor… maar gelukkig niet dódelijk giftig. Wat ’n verademing, mh?!

Die avond spendeerden we in alle rust, in hoeverre dat natuurlijk mogelijk is met alle oerwoudgeluiden en een potentiële moordzuchtige tarántula om je heen. Zo hebben we een hele tijd naar de sterrenhemel gekeken, in pure adoratie. Ongelooflijk helder, en adembenemend mooi. Ik zou er een eeuwigheid naar kunnen kijken, zo mysterieus én romantisch! Verder hebben we nog kaartspelletjes gespeeld, maar voornamelijk onze tijd benut met het praten over eten… onze gezamenlijke passie die abnormale proporties aannam! 80% van onze gesprekken gingen over lekkers, en vooral lekkers dat we daar hoopten te krijgen. Zo kregen we Marvin bijna zover om een kakkerlak naar binnen te werken… maar die perste ons zodanig af dat we niet konden toegeven aan zijn eisen. Niettemin zorgde Roos en ik nog voor uiterst origineel theater; een ganse kakofonie. Plots zat er zo’n goor beest op mijn rug - zonder dat ik het doorhad - waardoor ik onbewust moest krabben en het verdomde ding op mijn vinger kroop en ik het uit pure reflex de kamer door katapulteerde – recht op Roos. Wel, ik kan je verzekeren dat ik breakdansers minder druk heb zien wiebelen als haar, geniaal! Good times!

Onze laatste jungledag was er een van kaliber! We gingen weer op trot en deze keer was er heel wat te beleven… Zo zagen we deze keer echte spinnen, en slingerden de apen boven ons hoofd heen en weer. Er waren gigantische bomen, waarbij de sjamanen geloven dat ze bewoond worden door geesten. Deze geesten weten alles over plantenkunde, en worden geraadpleegd door de sjamanen wanneer nodig. Dit bezoekje wordt gesubsidieerd door een drug die zo sterk is dat ze zelfs de moeder van cocaïne genoemd wordt – niet verkrijgbaar bij de apotheker dus! Wij hielden het wat heilzamer en beperkten ons tot het opeten van mieren – heerlijk. Jawel inderdaad, heerlijk, ze smaakten naar limoen en ik kon er wel een dozijn van op. Marvin, Roos en Katrien zagen het groot en aten daarbovenop nog een kokos-worm; een wit, geribbeld, levende worm waarbij je het hoofd hoorde kraken bij het verbrijzelen en – zo schijnt – bij de eerste kauw ook alle levenssappen uit het beest spoot. Niettemin werd het omschreven als: slijmerig maar smakelijk. We hadden allen de smaak goed te pakken, want bij elk mogelijk besje of beestje stelden we dezelfde vraag (vrijwel in koor): “Can we eat it?”

De insecten zijn niet altijd gemakkelijk te spotten, maar bij toeval ontdekte ik een wandelende tak. In het middelbaar had ik zelf wandelende takken als huisdier, en nog steeds vind ik ze fascinerend. Het zat daar dan, groot en bizar te wezen, hoogstwaarschijnlijk diep verzonken in gedachten – over wat op de menu stond die avond (want iedereen denkt aan eten in de jungle). Plots zie ik Roos haar hand naar het insect reiken en voor we het beiden goed beseffen nam het beest een gigantische sprong – tot op haar schouder. Waardoor Roos plots in het rond begon te dansen, als een hyperactieve ballerina met een gezicht vol pure doodsangst. Ik dacht dat ik mijn broek ging plassen van het lachen, onbetaalbaar entertainment! Lang leve Roos! Maar later die namiddag zorgde Marvin voor het kroonstuk. We moesten – avonturiers dat we zijn – een rivier oversteken over een boomstronk. De boomstronk krioelde van de mieren en het mos; proberen beide te ontwijken was onmogelijk. Aan de zijkant hadden we een niet stabiele leunbalk gekregen, om te helpen het evenwicht te bewaren. Het was een ware opgave en vooral een moedige onderneming om aan de overkant te geraken, maar wat moet – moet ! De twee gidsen, Katrien en ik bereikten zonder problemen de overkant, maar dàn was het de beurt aan Marvin (bless his soul). Hij had al een gigantische pechdag, en had geweigerd af te kloppen voor hij de boomstronk betrad. Alles verliep prima, tot de laatste meter, hij leunde iets te hard op de balk, waardoor die in elkaar stortte. Marvin gleed uit, en hing zoals een echte stuntman met één arm aan de boomstronk. Tot zijn supermankrachten verdwenen als sneeuz in de zon en hij na enkele seconden met een luide plons in de oranjekleurige smurrie belandde. Daar spotte hij een nieuwe boomstam om even op uit te rusten, maar ook deze kende geen genade en brak na welgeteld één minuut in twee, waardoor we allen dubbel lagen van het lachen. Now thàt is what I call : entertainment!

Na heel wat plagerij en na-schaterbuien, waren we klaar voor onze kanotochtje naar The Tower. Onderweg gingen we – op eigen verzoek – een tweede poging doen tot piranha’s vissen, misschien hadden ze vandaag wel zin in Marvin? Met zijn geluk die dag was hij immers ideaal aas. We sloegen ergens in, en onmiddellijk werd de motor afgezet. Onze gids werd muisstil, en al gauw durfden we amper bewegen. Ze sprak ons in zachte stem toe. Op 3 moesten we allen luid “March!” roepen. Nieuwsgierig keken we elkaar aan en op 3 gehoorzaamden we en galmden er een indrukwekkend commando uit. Plots hoorde we in de verte het marcheren van … brulapen? We keken vanuit ons baaitje naar de verre overkant, het bos in. Wauw… zeker wanneer onze gids ons informeerde dat het enkel wespen waren die dit geluid produceerden. Marching wasps, die bij bedreigingen allen samen marcheren om zo de indringer te verwittigen dat ze met veel zijn. Enkele seconden later was er al een scout op pad, die kwam verkennen. Stokstijf zat ik, want mijn angst voor wespen kan op zijn minst panisch genoemd worden… en een aanval ondergaan van wespen met schoenmaat 44 stond bijgevolg niet direct op mijn to-do-lijstje!

Gelukkig voor mijn mentale gezondheid waren we snel vertrokken, en verhuisden we naar een plekje om voor piranha’s te vissen. Hier leken ze inderdaad vrij hongerig te zijn en al gauw viste onze natuurgids eentje uit het water – zo lieten we het beestje de ronde gaan door de boot (gepaard met gewapper, gegil en Néé-getier van Valerie) voor het weer vrij te laten in het water. De tanden van deze bloeddorstige vis knapten luid op elkaar, en bezorgden mij rillingen van kop tot teen. Vlijmscherp en levensgevaarlijk leken ze,en het beest was amper de grootte van mijn hand. Enkele minuten na de vrijlating van het monster, werd er wild aan mijn hengel getrokken, en werd iedereen een beetje gek bij het zicht van een middelmatige piranha aan het uiteinde! Ik haalde hem voorzichtig en op afstand uit het water – en keek triomfantelijk naar onze gids “Es posible comer?”

En jawel, de vis was groot genoeg om te eten, en belandde die avond op ons bord ! Hij smaakte een beetje zout maar was eigenlijk goed te eten… Pure trotsheid dat mijn overvloed aan mannelijke hormonen me eindelijk iets productief had opgeleverd: zoals een “echte vent” had ik voor eten gezorgd die avond... planten plukken ha, who needs men?!

1 opmerking:

  1. hahahha
    waarom kom ik altijd al een totale randdebiel over in jou verhalen??!!
    maar weer heel beeldeld gesproken, als dat geen toekomst word in de schrijfwereld!
    xxxxx
    miss you!

    BeantwoordenVerwijderen